Hoe zie jij jezelf?

 

In een contextuele hulppraktijk wordt deze vraag nog iets breder getrokken. Zelfbeeld bestaat en ontstaat in relaties. Wie wij zijn, wordt mede gevormd door wat wij ontvangen en geven in onze levensgeschiedenis: erkenning, zorg, rechtvaardigheid, maar ook spelen een rol tekort, onrecht en afwijzing.

Contextuele therapie benadrukt dat zelfbeeld (of: eigenwaarde) geworteld is in relationele betrouwbaarheid. Wanneer een kind gezien wordt, wanneer inzet wordt erkend en grenzen rechtvaardig zijn, groeit een innerlijk gevoel van bestaansrecht, dat je van betekenis bent. Omgekeerd kan een gebrek aan erkenning leiden tot een broos of vertekend zelfbeeld: jezelf klein maken , een gevoel van “ik ben niets waard”. Soms ook jezelf overeind houden door veel belang aan prestaties en controle te hechten: “ik moet bewijzen dat ik meetel”.

Vanuit deze visie is zelfbeeld dus geen puur intern probleem, maar een relationele erfenis. Mensen dragen vaak een onzichtbare boekhouding met zich mee: wat heb ik gekregen, wat moest ik geven, wat bleef uit? Deze balans beïnvloedt hoe iemand zichzelf ziet en hoe vrij hij of zij zich voelt om relaties aan te gaan.

Maar er is meer, een nog diepere laag in ons gevoel van eigenwaarde. Daarvoor kijken we naar Gods visie op mensen. In de Bijbel leert Hij ons dat onze identiteit niet als iets wat wij verwerven, maar als iets wat ons geschonken wordt. Door Hem. “U bent kostbaar in mijn ogen” (Jesaja 43) en “wie in Christus is, is een nieuwe schepping” (2 Kor. 5:17). Identiteit in Christus betekent: mijn waarde ligt niet uiteindelijk in mijn prestaties, in mijn falen of de oordelen van anderen, maar in Gods genadige toewending, Hij komt naar mij toe, uit liefde.

Dat betekent niet dat onze relationele geschiedenis ineens verdwijnt. Wonden in onze ziel, schaamte en schuld blijven reëel. Maar in geloof geldt een ander referentiepunt. Waar contextueel gezien erkenning vaak wordt gezocht in wederkerigheid, opent het evangelie de mogelijkheid van ontvangen zonder verdienste. Genade doorbreekt de kramp van moeten bewijzen en maakt ruimte voor herstel van relaties – met God, met anderen en met jezelf.

In die zin werkt identiteit in Christus ook helend in contextuele zin. Wie zich gedragen weet door Gods trouw, kan eerlijker kijken naar wat hij of zij gemist heeft, zonder daarin te blijven steken. Het geeft ruimte om grenzen te stellen, en toch verbonden te blijven. Om verantwoordelijkheid te nemen vanuit vrijheid en tegelijk rekening te houden met de belangen van de ander. En dat te doen zonder je eigen belangen te verwaarlozen.

Je zelfbeeld is dan niet langer zo kwetsbaar dat het steeds bevestigd moet worden, maar een stevig fundament. Op die manier kun je in je relaties in gezin, familie en  generaties dankbaar zijn voor wat ontvangen is, maar ook rouwen om wat ontbrak. Je voelt je vrij  om te geven wat passend is. Zo raken contextuele inzichten en geloofsprincipes elkaar. Je ontdekt dat een gezond zelfbeeld groeit overal waar waarheid, genade en relationele trouw samenkomen.

Reflectievragen

  1. Welke ervaringen in jouw levensgeschiedenis hebben jouw zelfbeeld versterkt, en welke hebben het ondermijnd? Waar merk je dat vandaag nog aan?
  2. Wat zou het concreet voor jou betekenen om je eigenwaarde niet primair te baseren op wat je doet of ontvangt, maar op je identiteit in Christus?

0 Comments

Laat een reactie achter

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

nl_NLDutch