Waarom jezelf zijn en grenzen aangeven schuldgevoel kan oproepen

Sommige mensen voelen zich bijna automatisch schuldig wanneer ze voor zichzelf kiezen.
Wanneer ze rust nemen. Een grens aangeven. “Nee” zeggen. Of simpelweg iets doen waar ze zelf blij van worden.

Er klinkt dan vaak een innerlijke stem: “Denk ook aan de ander.” “Je bent egoïstisch.”
“Straks stel je iemand teleur.” “Je hoort beschikbaar te zijn.” Dat schuldgevoel kan diep zitten. Soms zo diep, dat iemand zichzelf steeds kleiner maakt om de het contact met de ander ‘goed’ te houden.

Vanuit een pastorale en contextuele visie kijken we niet alleen naar wat of hoe iemand doet (gedrag),  maar ook naar de relationele geschiedenis daaronder. Schuldgevoel ontstaat namelijk zelden zomaar. Vaak heeft het een verhaal.

Veel mensen die moeite hebben om rekening te houden met zichzelf, dus: goed voor zichzelf te zorgen, hebben al jong geleerd vooral rekening te houden met anderen. Misschien was er spanning thuis. Misschien waren ouders belast, verdrietig of overprikkeld. Misschien voelde je als kind feilloos aan wat anderen nodig hadden.

Langzaam leer je dan:

“Als ik lief ben, help, zorg of me aanpas, blijft de verbinding veilig.”

Dat is geen zwakte of een karakterfout. Het is liefdevolle loyaliteit.

Een kind wil verbonden blijven met zijn ouders. Het wil geen extra last zijn. Het wil dat het goed gaat met de mensen van wie het houdt. Daarom leert een kind zich vaak aanpassen, zorgen dragen of sterk zijn, soms meer dan goed is voor hem of haar.

Verborgen loyaliteit

Binnen de contextuele benadering spreken we over loyaliteit: de diepe verbondenheid tussen mensen, vooral binnen families. Die verbondenheid is geen keuze; ze hoort bij het mens-zijn zelf. Je draagt het mee in je kern.

Daardoor kunnen er ook bepaalde ‘overtuigingen’ ontstaan zoals:

  • Ik moet sterk zijn voor de ander
  • Mijn behoeften zijn minder belangrijk
  • Ik mag het niet moeilijker maken
  • Ik moet rekening houden met iedereen

En zo kan zorgen voor anderen langzaam belangrijker worden dan zorgen voor jezelf. Later zie je dat soms terug in relaties, werk, geloof, vriendschappen of ouderschap. Iemand blijft geven, dragen en aanpassen, maar raakt ondertussen steeds verder verwijderd van zichzelf. Soms weet iemand nauwelijks nog wat hij of zij zelf voelt of nodig heeft. En zodra er wél ruimte genomen wordt, komt het schuldgevoel omhoog. Niet omdat je iets verkeerd doet, maar omdat oude loyaliteiten geraakt worden.

Schuldgevoel betekent niet altijd dat je schuldig bent

Dat onderscheid is belangrijk. Soms is schuldgevoel gezond: wanneer je iemand werkelijk pijn hebt gedaan of iets hebt gedaan wat niet klopt. Maar vaak gaat het bij grenzen aangeven of voor jezelf kiezen over iets anders. Dan gaat er een oud relationeel alarmsysteem af: “Als ik voor mezelf kies, raak ik de verbinding kwijt, dan ben ik alleen.”

Dat gevoel kan heel echt zijn. Zelfs schijnbaar kleine dingen kunnen dan spanning oproepen:

  • een grens aangeven,
  • tijd voor jezelf nemen,
  • hulp vragen,
  • een andere mening hebben,
  • niet direct zorgen voor de emoties van een ander,
  • afstand nemen van patronen die jou beschadigen.

Je hoofd begrijpt misschien dat het gezond is, maar je lichaam voelt toch onrust, een knoop in je maag of spanning in je lijf.

Herstel begint vaak met mildheid

Veel mensen proberen hun schuldgevoel weg te drukken. ze gaan het uit de weg of spreken zichzelf toe:  “Ik moet gewoon sterker worden.” “Ik moet ermee stoppen.” Maar echte verandering begint meestal niet met strengheid of vermijding, maar met begrip.

Wanneer je gaat zien waar jouw patroon vandaan komt, hoe loyaal het ooit was en waarom het vroeger nodig voelde, ontstaat er vaak meer mildheid naar jezelf.Dan verschuift er langzaam iets.

Van het zelfkritische: “Waarom ben ik zo?”

Naar mild begrip: “Natuurlijk heb ik dit ontwikkeld. Ik probeerde lief te hebben en verbonden te blijven.” Dat inzicht brengt vaak al rust. De innerlijke strijd wordt zachter.

Gezonde grenzen hoeven liefde niet kapot te maken

Vanuit pastorale en contextuele groei gaat het over op een passende manier omgaan met jezelf EN anderen. Het gaat over volwassen verbondenheid: leren geven én ontvangen. Recht doen aan de ander, en tegelijk niet jezelf kwijt te raken.

Langzaam mag het besef groeien:

  • dat jouw behoeften ook bestaansrecht hebben,
  • dat grenzen relaties niet hoeven te verbreken,
  • dat liefde en zelfzorg samen kunnen bestaan,
  • dat trouw zijn aan jezelf niet hetzelfde is als ontrouw zijn aan de ander.

Dat vraagt oefening. Geduld. Soms ook rouw. Want wanneer je verandert, laat je misschien oude vertrouwde en dus bekende rollen los:
de helper, de sterke, degene die alles opvangt, degene die altijd beschikbaar is. Dat kan onzeker en spannend voelen. Dat is ook heel normaal. Daar ontstaat vaak wel iets nieuws: meer vrijheid, meer echtheid, meer rust. Als je maar de moed vindt.

Kleine stappen zijn ook groei

Verandering hoeft niet groot te beginnen. Soms begint het eenvoudig met één eerlijke “nee”,

  • even rust nemen zonder jezelf te verdedigen,
  • voelen wat jij nodig hebt,
  • niet meteen verantwoordelijk worden voor de emoties van een ander,
  • jezelf serieus nemen in Gods ogen.

Het oude schuldgevoel verdwijnt meestal niet meteen. Vaak blijft het nog een tijd aanwezig. Maar je hoeft er niet langer altijd naar te handelen. Langzaam mag er een nieuw innerlijk vertrouwen groeien:

Ik mag me gezien voelen door anderen, zonder mezelf kwijt te raken.
Ik hoef mezelf niet weg te cijferen om geliefd te zijn.
Ook mijn leven, mijn grenzen en mijn gevoel doen ertoe!

Voel je dat dit thema raakt aan jouw eigen leven of relaties? Heb je een beetje moed en steun nodig om dat verder te onderzoeken?
Weet dan dat je welkom bent voor een verhelderend gesprek, in alle rust, zonder oordeel. Samen zoeken naar een weg waarop zowel jijzelf als de ander tot zijn recht mag komen. Vul het contactformulier hier in: Contact – Elpidos

Je krijgt altijd een reactie, en snel ook!

 

Lees meer

Geloven in een onzichtbare God

Ik hoor Zijn stem ook niet zoals sommige medegelovigen dat wel schijnen te kunnen. En ik kan Hem niet aanraken of zijn hand kan vastpakken. En toch verlang ik naar een relatie met Hem. Misschien herken je dat wel. Dat spanningsveld tussen weten en niet voelen. Tussen geloven en twijfelen als God ver weg lijkt, op grote afstand zelfs.

Er zijn momenten dat God voor mij afwezig lijkt. Als ik bid, maar er geen antwoord komt. Alsof mijn woorden de lucht in verdwijnen. Ik kan dan erg verlangen naar iets tastbaars van God. Dat Hij gewoon naast me zit, dat ik Hem kan zien. Desnoods in een afbeelding, een icoon. Dat zou me helpen, dank ik, maakt geloven makkelijker. Toch is er iets in mij dat blijft zoeken.

Meer dan voelen.

Ik heb wel ontdekt dat mijn geloof niet alleen kan leunen op wat ik voel. Want wat ik voel gaat nogal op en neer, gevoelens komen en gaan. Er zijn dagen dat ik rust ervaar, vertrouwen, nabijheid. En er zijn dagen dat het stil is. En juist in die stilte wordt mijn geloof misschien wel het meest echt. Omdat het dan niet meer gaat om wat ik ervaar, maar om wat ik kies te vertrouwen.

Kleine momenten van nabijheid.

Ik merk dat God Zich bij mij niet vaak laat zien in grote, indrukwekkende momenten of intense diepe gevoelens. Wel soms in het kleine. Een onverwachte rust in mijn hart. Een lied of regel daaruit, een tekst uit de Bijbel die binnenkomt op precies het juiste moment. een herinnering dat God er was toen ik Hem nodig had, een gevoel dat ik niet alles alleen hoef te dragen. Het zijn geen bewijzen. Maar voor mij zijn het wel tekenen, bevestigingen van iets dat ik misschien niet voel maar wel weet. En daardoor het toch voel.

Leren kennen zonder te zien.

In het leven van Jezus Christus zie ik iets van hoe God is. Hoe Hij omgaat met mensen. Hoe dichtbij Hij wil zijn. En tegelijk leef en geloof ik zonder dat ik Hem letterlijk zie. Maar Jezus zegt daar ook iets over:  “Zalig zij die geloven zonder te zien”  (Joh. 20:29) tegen Thomas. Het verwijst naar de zegen en het geluk (zaligheid) voor gelovigen die niet letterlijk getuige waren van Jezus’ opstanding, maar toch geloven door het getuigenis van anderen, die er wel bij waren, die Hem wel hebben gezien, aangeraakt, gesproken. Het benadrukt dat geloof niet afhankelijk is van zien.

Maar het blijft soms lastig. En misschien is dat ook wat geloof is: leren kennen zonder volledig te begrijpen. vertrouwen zonder alles vast te kunnen pakken.

Mijn gebed, ook als het stil blijft.

Soms bid ik heel eenvoudig: God, als U er bent… laat me iets van U merken. Niet groots of bijzonder, gewoon verlangend, eerlijk. En zelfs als het stil blijft, merk ik dat het me iets doet om die houding te kiezen. Dat het me openhoudt. Dat het me niet laat verharden.

Geloven is blijven gaan

Ik heb geen sluitende antwoorden. Mijn geloof is geen rechte lijn. Het is zoeken. Twijfelen. Weer een stap zetten. En misschien is dat wel precies wat een relatie met een onzichtbare God is: niet altijd zeker weten… maar toch blijven komen. Blijven verlangen. Blijven vertrouwen dat ik niet alleen ben, ook al zie ik Hem niet (altijd).

In zijn boek ‘Op zoek naar de onzichtbare God’ schrijft Philip Yancey over een uitspraak van een 18e eeuwse geestelijk leider, genaamd Jean-Pierre de Causade.  Die zei: ‘een levend geloof is niets anders dan een trouw dienen van God, dwars tegen alles in wat probeert een valse voorstelling van God te geven, of wat Hem dood verklaart’. (blz 69)

Dat spreekt mij aan, het geeft een zekere rust. Want hoe kan ik God prijzen voor de goede dingen in het leven zonder Hem tegelijk daarmee verantwoordelijk te stellen voor de slechte? Dat lukt mij alleen maar als ik uitga van vertrouwen, gebaseerd op dat, wat ik toch ooit heb ervaren in mijn relatie met God. Door de Bijbel te lezen en te bestuderen wie God is, wie Jezus en de Heilige Geest zijn, en wat ze doen en leren. Zo leer ik Gods eigenschappen en stijl kennen. Dan verbaas ik me ook steeds over God: Hij werkt langzaam, heeft een voorkeur voor rebellen, verkwisters, houdt Zijn woede in en spreekt fluisterend en in zachte stiltes., of door te zwijgen. En daarin zijn eigenschappen van lankmoedigheid, genade en Zijn verlangen te overreden, in plaats van te dwingen. In mijn twijfel kan ik me afkeren van Jezus of me Hem voor de geest halen, als wezen van Gods zelfopenbaring in de wereld. Ik kan leren  ervoor te kiezen op God te vertrouwen, ook als er zaken gebeuren die ik zelf niet kan rijmen met hoe ik God heb leren kennen, in Zijn liefde, genade en barmhartigheid.

Geloven is in ieder geval niet leven op de toppen van vrede, gezondheid en geluk, zoals ons soms wordt voorgesteld, of ons inbeelden. Geloven is hard werken, veel verduren, vragen en zoeken. Maar niet zonder de belofte: wie zoekt die vindt, wie klopt wordt open gedaan. Daar is God zelf trouw, aan mij. Wat Hij beloofd doet Hij. ook dat leer ik uit de Bijbel. Ook al ben ik ontrouw, Hij blijft trouw (2 Tim. 2:13)

(Kijk zelf  in de Bijbel: Hosea 2: 21-22; Klaagliederen 3: 22-23; 1 Johannes 1:9 Romeinen 3: 3-4)

Lees meer

N.I.V.E.A.

Hij zal wel boos zijn. Zij heeft vast geen zin meer in mij. Dit gaat weer mis.
En vanuit die invulling ga je reageren: je trekt je terug, gaat pleasen, aanpassen, je wordt defensief of juist aanvallend. Alleen… wat je denkt, is niet wat je weet. En precies daar ontstaat nu heel makkelijk verwijdering.

De stille ruis in verbinding

In relaties (partner, gezin, werk, vriendschap) leven we voortdurend met tegenstrijdige belangen. Jij verlangt naar nabijheid, de ander naar ruimte. Jij wilt duidelijkheid, de ander heeft tijd nodig. Jij zoekt erkenning, de ander voelt zich overvraagd. En dat is niet het probleem. Dat is relatie!

Het probleem ontstaat wanneer we de binnenwereld van de ander gaan invullen zonder het te toetsen. Dan reageren we niet meer op de ander zelf, maar op ons eigen verhaal over die ander. En dat verhaal klopt lang niet altijd, of niet helemaal. Of zelfs: helemaal niet!

Contextueel kijken: wat speelt er onder de oppervlakte?

Vanuit contextueel perspectief gaat het niet alleen om gedrag, maar om de diepere lagen daaronder:

  • verlangen naar erkenning : wordt ik gezien in wie ik echt ben?
  • behoefte aan rechtvaardigheid: klopt het tussen ons?
  • geven en ontvangen in balans: is het passend wat hier gebeurt?
  • loyaliteiten die meespelen: oude pijn, eerdere ervaringen, verwachtingen

Wanneer jij invult voor de ander, verbreek je onbedoeld de wederkerigheid.
Je stopt met ontvangen (echt luisteren) en gaat vooral zenden (reageren vanuit je eigen interpretatie). De ander voelt zich dan vaak niet gezien, maar miskend of verkeerd begrepen.
En zo raak je, jammer genoeg, allebei uit verbinding, hoe vaker hoe verder….

Hoe houd je de relatie wel wederkerig?

Wederkerigheid betekent: jij mag er zijn én de ander ook.
Jouw gevoel telt, maar het perspectief van de ander net zo goed. Het een telt niet zwaarder dan het ander. Dat vraagt iets moedigs: niet het al zeker weten, maar open en benieuwd blijven. Hoe kun je dat aanpakken in de dagelijkse praktijk? Hier een paar praktische tips:

  1. Merk je invulling op
    Word je bewust van je eerste gedachte.
    “Hij vindt me lastig.”
    “Zij doet dit expres.”
    Zie het als een verhaal, niet als de waarheid.
  2. Vertraag je reactie
    Je hoeft niet direct te handelen op wat je denkt.
    Adem. Wacht. Laat het even rusten.
  3. Maak het toetsbaar
    Deze is heel nuttig: breng wat je denkt te weten niet als conclusie of mening, maar stel een vraag, bijv. ‘Klopt het dat je afstand neemt, of ervaar ik dat zo?’ ‘Ik merk dat ik denk dat je boos bent… is dat zo?’ Of kies de taal die bij je past, maar je begrijpt de bedoeling.
  4. Spreek vanuit jezelf
    Niet: ‘Jij doet altijd…’
    Maar: ‘Ik merk dat ik nu onzeker word en iets ga invullen.’
  5. Geef ruimte aan verschil
    De ander mag iets anders voelen of bedoelen dan jij dacht.
    en pas op: dat is geen afwijzing, maar gewoon een bijstelling van jouw beeld.

Als je ernaast zit…

En zo ontdek je wel eens [vaak?] dat jouw invulling de plank volledig misslaat.
Dan kun je schaamte voelen, of irritatie, of onbegrip. ‘Huh? Waar slaat dat op?’ Toch ligt daar juist een kans tot verdieping. Je kunt namelijk ook gewoon zeggen:
‘Blijkbaar zat ik ernaast. Help me even te begrijpen wat er wel speelt bij jou?’ Dat is niet soft of zwak! Dat is relationele volwassenheid.

Verbinding ontstaat in dialoog

Echte verbinding ontstaat niet doordat we elkaar perfect aanvoelen, maar doordat we bereid zijn elkaar steeds opnieuw te leren kennen. Door vragen te stellen. Door te luisteren zonder direct te oordelen. Door ruimte te maken voor twee verhalen die naast elkaar mogen bestaan. In die openheid kan wederkerigheid tot leven komen, het wantrouwen verminderen of zelfs verdwijnen. Dan voel je je gezien, gewaardeerd, geliefd en gerespecteerd.

Reflectievragen

  • Wanneer vul jij snel in voor een ander? In welke situaties gebeurt dat vooral?
  • Wat maakt dat je liever invult dan vraagt?  Bijvoorbeeld ben je bang om afgewezen te worden? Houd je niet van conflicten? Bescherm je je  kwetsbaarheid?
  • Wat zou er gebeuren in jouw relaties als je je invulling uitspreekt als vraag in plaats van als feit?
  • Waar zou jij vandaag één stap kunnen zetten van aannemen naar afstemmen?

Misschien is dit wel de kern:
Je hoeft de ander niet perse te begrijpen om in verbinding te blijven.
Maar je moet wel bereid zijn om te blijven zoeken in plaats van in te vullen.

Dit alles klinkt logisch en aannemelijk he? Toch is het niet heel eenvoudig, daarvan ben ik me bewust. Als je er toch in vast loopt, in je relatie of vriendschap, conflicten in de familie, neem contact op via de link hieronder. Er is hulp voor jullie!

Contact – Elpidos

Lees meer

Geef jouw rekening niet door

.Jij die weer als eerste appt.
Jij die vraagt hoe het met de ander gaat.
Jij die rekening houdt met… en ondertussen wordt het steeds stiller tussen jullie En ergens vanbinnen denk je: Zie je het nou niet? Voel je het dan niet?

Die optelsom die niemand ziet

Veel mensen houden echt geen letterlijke administratie bij, maar toch…je voelt het wel. Die keer dat jij er wél was. Die avond dat jij alleen luisterde en niets kon delen. Dat moment waarop jij je weer eens aanpaste. En ook die keer dat jij er alleen voor stond. Dat gemis aan aandacht. Dat gevoel dat jij er minder toe deed. Het stapelt zich op langzaam en onzichtbaar, maar wel voelbaar. Tot het op een dag ineens te zwaar is.

En dan gebeurt er iets in jou

Je wordt korter in je antwoorden. Of juist stiller.
Je trekt je terug… maar hoopt eigenlijk dat de ander achter je aan komt. Of je zegt iets wat net even te scherp is. Niet  omdat je gemeen wilt doen, maar omdat het pijn doet van binnen, dat opgestapelde ‘niet gezien’ worden. Alsof er iets in jou zegt: Als jij niet aanvoelt wat dit met mij doet, dan ga ik het je laten merken.

Afreageren is vaak verborgen verdriet

Wat eruit komt lijkt boosheid. Of afstand. Maar daaronder zit bijna altijd iets anders: Verdriet. Teleurstelling. Het verlangen om gezien te worden. Alleen… het komt er niet meer zacht uit. Want zacht zijn voelt te kwetsbaar.

Recht doen aan jezelf – hoe dan?

Misschien herken je dit spanningsveld: Je wilt niet langer over je heen laten lopen.
Je wilt trouw zijn aan jezelf. Maar je wilt de ander ook niet beschadigen. En toch… gebeurt dat soms wel.

Je hebt dan te lang gewacht, je voelt je al zolang niet gehoord, ergens ben je daar in vastgelopen. En dan ga je (een beetje)  terughalen wat je gemist hebt.
Niet letterlijk. Maar in gedrag. In woorden. In afstand. Je gaat op een passief-agressieve manier de ander laten voelen dat je ongelukkig bent, maar je durft het (nog?) niet te zeggen…

Wat als je het anders doet?

Maar wat als je zou beginnen bij je eigen gevoel naar wat je verlangt, wat je nodig hebt en toch niet kreeg, als je begint bij wat je zelf ervaart aan gemis, in plaats van wat de ander verkeerd deed? Bijvoorbeeld zo:

“Ik merk dat ik me de laatste tijd alleen voel, juist bij jou.”
“Ik mis het dat je vraagt hoe het met mij gaat.”
“Ik verlang ernaar dat we weer meer samen zijn, in plaats van langs elkaar heen.”

Dat zijn geen verwijten, maar verlangens. Dat is ‘ ik-taal’ , dat zijn openingen voor gesprek. En ja… dat is spannend. Want je laat jezelf zien. Echt zien, zonder je te verstoppen achter vaagheid, boosheid. Jouw kwetsbaarheid tonen, er is weinig enger dan dat. En tegelijk is er ook weinig anders dat zo goed werkt om contact tot stand te brengen.

Echte balans is geen rekensom

Een relatie wordt niet gezond van precies eerlijk verdelen. Het gaat niet om 50/50. Het gaat erom dat je allebei voelt: ik doe ertoe. Wat ik investeer, wordt gezien. Wie ik ben, wordt ontvangen. Ik kom echt binnen bij de ander.

Herstel tussen jullie begint meestal niet bij de ander.
Maar bij jouw keuze om niet langer te verbergen wat er in je leeft. Dat moet je durven en vraagt moed, het is niet zomaar iets. Ook een poging doen is al een stap!

Misschien is dit voor jou

Als je dit nu leest en denkt: ja… dit ben ik, dan is dit geen oproep om harder je best te doen. Maar juist om eerlijker te worden. Zachter. Echter. Niet door alles te slikken. Maar ook niet door het flink scherp terug te geven. Wel door te zeggen: Dit is wat er nu met mij gebeurt. Wil je me zien? Want daar begint echte verandering zodat het weer klopt bij jullie. En het contact en echte verbinding weer terugkomt. Jouw gemis is echt en dat is belangrijk om te erkennen. Door hulp te zoeken kan die pijn voor jou zachter worden en kun je die wellicht zelfs achter je laten. Zo kun je uiteindelijk de vrijheid vinden om andere keuzes te maken. Anders met jezelf en anderen omgaan. De rekening loslaten en niet meer bij de ander neerleggen wat je zelf hebt gemist. Daar is nog veel meer over te zeggen, dus als je dit ehrkent neem dan contact op voor meer informatie! Van harte welkom💛

 

 

Lees meer

Ik doe het nooit goed voor haar….

Misschien herken je dat gevoel.
Dat wat je ook doet, het niet aankomt. Dat je je best doet – echt – maar dat het ergens onderweg verloren lijkt te gaan. En dat je steeds vaker denkt: laat maar.

In gesprekken hoor ik dit vaker. En bijna altijd zit er nog iemand op de bank die iets heel anders ervaart.
Zij zegt bijvoorbeeld: “Ik sta er alleen voor.”
Of: “Hij ziet me niet.”
Of: “Ik moet alles zelf doen.”

En dan zitten ze daar. Twee mensen die ooit dichtbij waren. En die nu allebei het gevoel hebben dat ze tekortkomen. Wat er dan gebeurt, is zelden zomaar een ‘probleem’. Het is een patroon dat langzaam is gegroeid.

Zij verlangt naar aandacht, naar betrokkenheid, naar het gevoel dat ze er niet alleen voor staat. Dus ze benoemt wat er mist. Soms voorzichtig. Soms direct. Soms ook in de vorm van kritiek, omdat het verlangen al zo lang niet gehoord wordt.

Hij hoort die woorden, maar ervaart iets anders. Hij voelt zich aangesproken, misschien zelfs afgewezen. Alsof hij tekortschiet. Alsof hij het weer niet goed doet. En dat gevoel is pijnlijk. Dus hij trekt zich terug. Wordt stiller. Of gaat het praktisch oplossen, in de hoop dat het daarmee beter wordt.

Maar juist dat terugtrekken bevestigt voor haar het gevoel: zie je wel, ik sta er alleen voor. En dus gaat zij nog meer benoemen wat er ontbreekt. Trekt hij zich nog verder terug achter zijn muurtje.

En zo draaien ze rond.
Niet omdat ze dat willen. Maar omdat ze elkaar onderweg zijn kwijtgeraakt.

Onder deze beweging ligt vaak iets kwetsbaars.
Zij die zegt: “Je doet het niet goed,” verlangt eigenlijk: “Zie mij. Laat mij niet alleen. Ben ik belangrijk voor jou?”
Hij die denkt: “Ik doe het nooit goed,” voelt eigenlijk: “Ik faal. Ik schiet tekort. Wat ik ook doe, het is niet genoeg.”

Dat zijn geen kleine gevoelens.
Dat zijn plekken waar oude ervaringen soms meeklinken. Waar je misschien al eerder geleerd hebt dat je moet presteren om liefde te verdienen. Of dat je je moet aanpassen. Of dat je toch niet echt gezien wordt.

En dan wordt het spannend in het hier en nu. Want ineens gaat het niet alleen meer over de vaatwasser, de planning of aandacht. Het gaat over: doe ik ertoe?

Wat mij raakt in dit soort gesprekken, is dat beide partners vaak trouw zijn. Op hun eigen manier.
Zij blijft benoemen, omdat ze de relatie niet wil opgeven.
Hij blijft, ook al trekt hij zich terug, omdat hij niet weg wil.

Maar hun manieren botsen.

De weg eruit begint zelden met ‘het beter doen’.
Het begint met vertragen. Met samen kijken: wat gebeurt hier eigenlijk tussen ons?

Kun je, heel voorzichtig, iets laten zien van wat eronder zit?
In plaats van: “Je doet nooit…”
Misschien: “Ik merk dat ik me alleen voel en je mis.”

In plaats van terugtrekken:
Misschien: “Ik hoor wat je zegt, maar ik voel me ook snel alsof ik faal. Dan klap ik dicht.”

Dat zijn kwetsbare zinnen. Maar daar ontstaat ruimte.
Omdat je elkaar weer een stukje laat zien van wie je bent, onder de reactie.

En soms lukt dat toch samen niet meer goed, omdat het patroon te sterk is geworden. Dan kan het helpen als iemand meedenkt. Iemand die helpt vertragen, woorden geeft aan wat vastzit, en ruimte maakt voor beide verhalen.

“Ik doe het nooit goed voor haar” klinkt als een conclusie.
Maar vaak is het eigenlijk een ontmoedigde vraag: “Hoe kan ik je nog bereiken?”

En misschien ligt daar ook een andere vraag naast: “Durf ik jou weer te laten zien wat er echt in mij leeft?” Daar begint iets nieuws, heel klein soms, maar wel echt.

Lopen jullie ook zo vast en zou je het graag anders willen? Ontdek hoe ik jullie kan helpen, je hoeft dit niet alleen te doen.

Soms is even bellen of mailen makkelijker voor een eerste contact. Twijfel nu niet, misschien ben je dichterbij een nieuwe stap in de goede richting dan je denkt. Je krijgt altijd een oprecht advies van mij en vragen staat immers vrij!

Contact – Elpidos

Lees meer

Samen in een huis, en toch alleen

Juist omdat er iemand naast je staat. Iemand die je ooit nabij was. En ergens onderweg is er iets veranderd. Niet altijd zichtbaar. Niet altijd benoemd. Maar wel voelbaar, als een stille kloof. Vaak begint die kloof niet met onwil, maar met bescherming. Jouw overlevingsmechanisme.

Misschien heb je vroeger geleerd om je gevoelens in te slikken, omdat er geen ruimte of aandacht voor was.
Of je trekt je terug zodra het spannend wordt, omdat nabijheid ooit onveilig voelde.
Misschien ga je juist pleasen, hard werken, zorgen, om de verbinding maar niet te verliezen.

Wat ooit hielp om staande te blijven, kan nu onbedoeld afstand creëren. Achter jouw  muurtje voelt het overzichtelijk en veilig. Helaas ben je ook onzichtbaar en onbereikbaar voor anderen. Je partner voelt zich misschien buitengesloten of niet echt gezien.
Jij voelt je onbegrepen, alleen of zelfs afgewezen.
En zo ontstaat er een patroon: jij beschermt jezelf, de ander reageert daarop met gedrag waar je opnieuw angstig of boos van wordt en je trekt je nog meer terug, de ander komt nog harder op je deur bonzen…en samen kom je steeds verder van elkaar af te staan. Tot het punt dat je denkt: hoe vinden we elkaar  ooit terug?

Wat doet dit met jou?

Het raakt aan je diepste behoefte: gezien en geliefd worden.
Je kunt je leeg voelen, gespannen, moe van het “proberen”.
Soms raak je jezelf kwijt: wat voel ík eigenlijk nog? Wat wil ík?

Wat doet dit met je relatie?

De vanzelfsprekendheid verdwijnt. Gesprekken worden oppervlakkig of juist geladen.
Intimiteit, zowel emotioneel als fysiek, komt onder druk  te staan.
Je leeft steeds meer langs elkaar heen of in terugkerende conflicten zonder echte oplossing.

En je kinderen?

Kinderen voelen feilloos aan wat er speelt, ook als het niet wordt uitgesproken.
Ze kunnen jullie spanning overnemen, zich aanpassen of juist onzichtbaar worden en terugtrekken. Ze merken niks, want het gaat prima met ze, denk je dan, maar juist dat is een signaal! Ze proberen (onbewust) jullie verbinding te herstellen door geen last te veroorzaken, en soms juist door de aandacht af te leiden van de spanning tussen jullie, door zelf een bron van spanning te worden waardoor jullie toch moeten ‘samenwerken’… Ze leren tegelijk iets over liefde en relaties door wat ze zien, over afstand of nabijheid, vermijding of eerlijkheid.

Waar is hulp?

Er is wat aan te doen, je hoeft hier niet alleen doorheen. Denk aan:

  • relatietherapie (bijv. gericht op patronen en hechting)
  • individuele begeleiding om jouw eigen reacties te begrijpen
  • pastorale begeleiding als geloof en zingeving een rol spelen
  • een vertrouwd persoon die echt kan luisteren zonder oordeel

Soms is één iemand die het patroon helpt zien al een eerste opening.

Wat kun je nu zelf nog doen?

Misschien voelt het groot en ingewikkeld. Begin klein.

  • Herken je patroon
    Wanneer trek jij je terug? Wanneer ga je juist over je grens?
  • Vertraag
    Niet meteen reageren, maar even voelen: wat gebeurt er in mij?
  • Benoem voorzichtig wat er speelt
    Niet als verwijt, maar als kwetsbare uitnodiging:
    “Ik merk dat ik me terugtrek, maar eigenlijk verlang ik naar nabijheid.”
  • Zoek weer kleine momenten van verbinding
    Een blik, een aanraking, samen wandelen zonder doel.
  • Wees mild voor jezelf én de ander
    Jullie doen allebei wat jullie geleerd hebben om te overleven.

En soms is de vraag ook: kunnen we samen verder, of hebben we hulp nodig om opnieuw te kiezen? Eenzaamheid in je relatie betekent niet automatisch het einde. Maar het is wel een belangrijk signaal dat iets gezien wil worden. Onder de afstand ligt vaak nog steeds een verlangen. Naar nabijheid. Naar veiligheid. Naar echt contact. En juist daar,  hoe kwetsbaar ook,  begint de weg terug.

Niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk! Wil je hierover praten, wees dan van harte welkom!  Soms is even bellen of mailen makkelijker voor een eerste contact. Twijfel nu niet, misschien ben je dichterbij een nieuwe stap in de goede richting dan je denkt. Je krijgt altijd een oprecht advies van mij en vragen staat immers vrij!

Neem dus gerust contact op via deze link  Contact – Elpidos

 

Lees meer

Als het stil is geworden tussen jullie

Over afstand, wantrouwen en herstel van liefde

Soms is er wantrouwen gekomen – door iets wat gebeurd is, of juist door alles wat niet meer gezegd wordt. En ergens kan de gedachte opkomen: zijn we elkaar kwijtgeraakt? Hoe zijn we hier gekomen… en is er nog een weg terug in deze afstand?

In partnerrelaties – en zeker binnen een gezin – raakt deze afstand niet alleen jullie twee. Het heeft invloed op de sfeer in huis, op hoe er gekeken en geluisterd wordt, op hoe liefde wordt doorgegeven. Als er kinderen zijn voelen die jullie spanning, en helaas: ze betrekken die op zichzelf….ben ik te stout geweest? Komt het door mij? Het schuldgevoel hierover kan het allemaal nog zwaarder maken.

Veel stellen die ik spreek, ervaren in deze situatie moedeloosheid. Want ze willen zo graag dat het weer goed komt, maar ze weten niet meer hoe. Wat vaak verborgen blijft in de ruzies en conflicten, de ijzige stiltes, is wat er onder de oppervlakte leeft.

Achter boosheid zit vaak een diep verlangen naar nabijheid.
Achter terugtrekken zit vaak kwetsbaarheid die beschermd wordt.
Achter wantrouwen zit vaak angst om opnieuw gekwetst te worden.

Misschien merk je dat jij degene bent die blijft vragen, zoeken, praten – en dat de ander zich juist afsluit. Of misschien is het andersom. Wat er dan ontstaat, is een patroon waarin jullie elkaar onbedoeld steeds verder kwijtraken. Niet omdat jullie niet om elkaar geven, maar omdat jullie allebei op jullie eigen manier proberen om met de pijn om te gaan. In relatietherapie gaan we samen kijken naar het patroon waar jullie in vastlopen. Dat alleen al kan opluchten. Want het probleem ligt niet in een karakterfout van jou, en ook niet van de ander – maar in de manieren die je hebt aangeleerd om overeind te blijven in het leven. En die jullie nu behoorlijk in de weg zijn gaan zitten.

Bij dat onderzoek naar patronen ontstaat er bijna altijd voorzichtig ruimte voor iets anders. Voor woorden die misschien lang niet gezegd zijn.
“Ik mis je.”
“Ik voel me alleen, ook als je naast me zit.”
“Ik ben bang dat ik niet belangrijk voor je ben.”

Dat is niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk! Maar juist daar, in die openheid, kan iets van herstel beginnen. Waar de één zich laat zien, kan de ander weer antwoorden – soms aarzelend, maar oprecht.

Herstel gaat meestal niet in grote stappen. Het zit in kleine momenten:
een blik die langer blijft hangen,
een gesprek dat net iets zachter wordt,
een gevoel van: we zijn er allebei nog.

Wantrouwen verdwijnt niet ineens. Maar het kan langzaam plaatsmaken voor voorzichtig vertrouwen. En moedeloosheid kan weer een beetje hoop worden

Door dit sàmen te herkennen, kan er iets verschuiven: van elkaar bevechten naar samen kijken naar wat jullie gevangen houdt.

In de begeleiding werk ik regelmatig met Emotionally Focused Therapy (EFT). Deze manier van werken helpt om zicht te krijgen op de patronen waarin jullie zijn vastgelopen. Niet om schuld aan te wijzen, maar om te begrijpen wat er gebeurt in de ruimte tussen jullie. Van daaruit komt er ruimte voor een andere laag.
Een laag van eerlijkheid en kwetsbaarheid.

Vanuit een christelijk perspectief geloven we dat liefde niet alleen van ons afhankelijk is. Dat er een Bron is van trouw, ook wanneer wij tekortschieten. Gods genade werkt juist midden in gebrokenheid. Waar wij vastlopen, kan er met Zijn hulp toch een nieuwe beweging ontstaan – soms klein, maar wezenlijk.

Herstel in relaties betekent niet dat alles weer wordt zoals het was. Het betekent dat er een diepere vorm van verbinding kan groeien. Eerlijker, kwetsbaarder, gedragen door genade. Voor jullie als partners. Voor jullie kinderen. Voor de toekomst samen.

Misschien lees je dit en voel je: hier verlang ik naar, maar ik weet niet hoe. Weet dan dat je niet alleen bent. Bij Elpidos ben je van harte welkom en is er alle ruimte om samen te zoeken, met aandacht, mildheid en hoop.

Want echt:  waar het stil is geworden, kan liefde toch opnieuw gaan bloeien.

Relatietherapie – Elpidos

 

Lees meer

Zelf iets oplossen betekent niet dat je het alleen moet doen.

Maar onder die gedachte kan iets anders schuilgaan:
Als ik het zelf niet doe, doet niemand het en sta ik er ook alleen voor. En juist daar raakt het aan een diepere laag, zowel in relaties als geestelijk in je geloof,  en in je persoonlijke beleving van jouw bestaan.

Verantwoordelijkheid is relationeel

In de contextuele benadering staat één gedachte centraal: mens-zijn is bestaan in relatie tot de ander. We bestaan niet op onszelf. We leven in netwerken waar recht en onrecht gedaan wordt door geven en ontvangen, van loyaliteit en wederkerigheid. Zelf iets oplossen houdt in dat je eerlijk kijkt naar wat van mij is, wat bij mij hoort. Daar neem ik verantwoordelijkheid voor, het is mijn aandeel in de relatie, jij hebt jouw aandeel. Dan kan en behoor ik te doen wat ík kan doen, een keuze maken. Maar het betekent niet dat ik alles alleen moet dragen en geen steun moet toelaten. De achterliggende gedachte is vaak dat je niemand tot last wil zijn.

Toch gebeurt dat ‘alleen dragen’ vaak wel, vanuit een bepaalde trouw, een, soms onbewust, besef van loyaliteit. Je wilt graag sterk zijn voor anderen. Misschien heb je ooit geleerd: “Als ik het niet doe, doet niemand het’ Of: als ik iets wil moet ik er zelf voor zorgen want niemand anders doet het…En voor je het weet wordt kracht hetzelfde als alleen doen. En eigenlijk dan ook: alleen zijn.

Het Bijbelse tegenwicht: God is goed en genadig

Juist op dat punt spreekt de Bijbel anders. “De HEER is genadig en barmhartig,
geduldig en groot van goedertierenheid.” ( Psalm 145:8) God laat Zich niet kennen als een toeschouwer aan de zijlijn, die afwacht of jij het redt.
Hij is goed. Zijn hart is je gunstig gezind. Niet pas als jij het goed oplost. Niet pas als jij sterk blijft. Maar juist midden in je worsteling.

Misschien voel jij je op dit moment alleen in een moeilijke keuze. Wellicht schaam je je dat het zwaarder is dan je dacht, en denk je dat jij dit zelf moet dragen, of dat jij de enige bent die dit kan dragen. Dan klinkt deze belofte: “Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten.” (Hebreeën 13:5) Je alleen voelen is niet hetzelfde als alleen zijn. Deze woorden vasthouden en geloven is een keuze die alleen jij kunt maken. “De HEER is nabij de gebrokenen van hart.” (Psalm 34:19) Dat betekent dat er niet staat: de HEER is trots op wie alles zelfstandig aan kan. De boodschap is juist dat Hij belooft dichtbij te zijn bij wie het niet meer overziet. Een gebroken en verbrijzeld hart mag rekenen op Gods zorg, niet op afwijzing of oordeel.

Zelf doen in verbondenheid

Vanuit geloof en vanuit contextueel denken raken we hier dezelfde kern: verantwoordelijkheid hoort er bij als je je verbonden voelt of wilt voelen met belangrijke anderen. Je mag jouw deel dragen. Je mag volwassen keuzes maken. Je mag rechtzetten wat jij kunt rechtzetten. Dat hoort bij een volwassen persoonlijkheid. Maar je staat niet buiten Gods dragende genade. En je hoeft je daarom niet af te sluiten voor menselijke steun. Sterker nog: wanneer jij iemand toelaat, eer je de wederkerigheid van relaties. Je gunt de ander ook de ruimte om er voor jou te zijn. Dat is geen zwakte. Dat is relationele rechtvaardigheid, ofwel: je doet recht aan de ander en tegelijk aan jezelf. Prediker 4 zegt daarover:  “Twee zijn beter dan één… want als één valt, helpt de ander hem op.” Dat is dus wijsheid, geen tekort!

Zou je het op deze manier kunnen zien? Ik ben verantwoordelijk voor mijn deel. Maar ik hoef het niet alleen te doen. God is goed, altijd, ook voor mij en juist nu.

En heel mooi: soms wordt Zijn goedheid zichtbaar in een mens die naast je loopt. Misschien is dat vandaag wel de uitnodiging: niet om het uit handen te geven,
maar om het niet alleen te dragen. Als jij nu iets aan het dragen bent wat zwaar voelt, wie zou er een klein stukje naast je mogen lopen, mee dragen?

Mail me gerust als je daarover door zou willen praten, ik ben er graag voor je! onderstaande link verwijst je naar het contactformulier, maar mailen kan ook: info@elpidos-counseling.nl

Contact – Elpidos

 

 

 

 

 

Lees meer

Waar twee kijven, hebben twee schuld.

Dialoog begint bij luisteren. Niet het snelle luisteren dat al bezig is met het volgende antwoord, maar met aandacht horen wat wordt gezegd, en daarmee de boodschap geeft: jij doet ertoe. In contextuele therapie krijgt dit luisteren nog extra diepte, omdat iemands verhaal nooit losstaat van anderen. Relaties, generaties, loyaliteiten en onuitgesproken verwachtingen klinken altijd mee. Dialoog betekent hier dat al die stemmen serieus genomen mogen worden, ook wanneer ze met elkaar botsen.

Wat dialoog zo krachtig maakt, is dat het oordeel wordt uitgesteld. In plaats van meteen te bepalen wie gelijk heeft of wie fout zit, ontstaat er nieuwsgierigheid. Waarom doet iemand wat hij doet? Welke geschiedenis gaat hieraan vooraf? Welke onzichtbare loyaliteit speelt mee? Door deze vragen te stellen, ontstaat er beweging. Mensen voelen zich minder vastgezet in rollen van dader of slachtoffer en krijgen ruimte om hun eigen verantwoordelijkheid te herontdekken.

Een belangrijk kenmerk van dialoog is wederkerigheid. Als jouw therapeut ben ik geen alwetende expert die oplossingen aandraagt, maar een betrokken gesprekspartner. Door aanwezig te zijn, te vertragen en woorden te geven aan wat vaak onuitgesproken blijft, help ik jou/jullie het gesprek te verdiepen. Dialoog nodigt uit tot reflectie: Wat doe ik, en wat doet dat met de ander? Dat besef opent de deur naar herstel en verzoening.

Dialoog vraagt moed en kwetsbaar durven zijn. Het is spannender dan discussie, omdat je jezelf laat raken. Het is een risico omdat je niet precies weet waar het gesprek uitkomt. Maar juist die openheid maakt verandering mogelijk. Waar dialoog ontstaat, komt beweging in vastgelopen patronen. Mensen voelen zich herkend, erkend en uitgenodigd om opnieuw positie te kiezen in hun relaties.

Uiteindelijk is dialoog een oefening in menselijkheid. Het herinnert ons eraan dat we niet los van elkaar leven, maar verbonden zijn. In die verbinding ligt de kans op heling, groei en nieuwe betekenis.

In christelijke therapie krijgt dialoog een extra persoonlijke en geestelijke diepte. Het gesprek gaat niet alleen over wat je doet of voelt, maar ook over wat je draagt vanbinnen: vragen naar zin, geloof, schuld, hoop en verlangen. Heel concreet betekent dit dat je mag zeggen: “Ik bid, maar ik voel niets”, of: “Ik ben boos op God”, of juist: “Ik weet niet hoe ik verder moet, maar ik hoop dat er Iemand is die mij ziet.” Die woorden hoeven niet netjes of afgerond te zijn. Ze mogen rauw, twijfelend en onvolledig klinken.

De Bijbel zelf geeft ruimte aan zulke open dialogen. In de psalmen klinkt dit voortdurend door. “Stort voor Hem uit uw hart” (Psalm 62:9) is geen oproep om eerst orde op zaken te stellen, maar om te spreken zoals je bent. Ook Psalm 13 laat zien dat geloof en twijfel samen kunnen gaan: “Hoe lang nog, HEER? Zult U mij voor altijd vergeten?” Deze woorden laten zien dat je je vragen niet hoeft te onderdrukken als je gelovig bent. Juist het uitspreken ervan is geloven! Schuld en verlangen mogen benoemd worden, zonder dat er meteen een oplossing moet volgen. Dat sluit aan bij 1 Johannes 1:7: “Maar als wij ons leven in het licht brengen, zoals Hij zelf in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar.” Het licht is hier geen verhoor, maar de ruimte van Gods genade en liefde waarin gedeeld mag worden wat zwaar is. Door woorden te geven aan wat knelt, ontstaat er verbinding – met de ander én met God.

Jezus zelf nodigt uit tot deze openheid wanneer Hij zegt: “Kom naar Mij toe, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan” (Matteüs 11:28). Hij vraagt niet eerst om duidelijke antwoorden of sterk geloof, maar om eerlijkheid en een hart dat op Hem gericht is, twijfelend, aarzelend of overtuigd, dat maakt niet uit. Pastorale dialoog sluit daarbij aan: je hoeft je vragen niet eerst op te lossen voordat je ze mag delen. Door ze uit te spreken, worden ze draaglijker, minder eenzaam en vaak ook eerlijker. In dat gedeelde spreken kan langzaam ruimte ontstaan voor vertrouwen, zelfs als niet alles helder wordt.

Reflectieve vragen

  1. Is er een geloofsvraag of innerlijke worsteling die jij met je meedraagt, maar zelden (hardop) uitspreekt?
  2. Wat zou er kunnen veranderen als je die vraag niet meteen probeert op te lossen, maar deelt met iemand, die je vertrouwd?
  3. Zijn er relaties in jouw leven waar meer echte dialoog ruimte kunnen scheppen voor begrip en herstel?
  4. Wat maakt het voor jou moeilijk of juist mogelijk om werkelijk te luisteren zonder meteen te oordelen?
Lees meer

Ruimte maken voor mij

Ruimte maken voor mij

In de contextuele praktijk hoor ik dit vaak terug. Mensen die zorgzaam zijn, loyaal, betrokken. Mensen die veel geven. En die tegelijk diep vanbinnen worstelen met schuldgevoel zodra ze hun eigen verlangens en behoeften serieus nemen. Dat schuldgevoel komt niet uit de lucht vallen. Het is gegroeid in relaties, in geschiedenis, in loyaliteiten die ooit nodig waren om in relatie met anderen te blijven.

Zorgen als vorm van trouw

Met een contextuele bril kijken we niet alleen naar jou als individu, maar naar jou in relatie. Naar wie jij hebt geleerd te zijn om erbij te horen. Jezelf klein houden is geen lafheid. Het is vaak zorg. Liefde in een vorm die ooit veilig was.

Misschien was jij degene die de sfeer bewaakte. Die geen “gedoe” maakte. Die sterk moest zijn, of zelfstandig, of begripvol. Misschien werd je gezien en gewaardeerd wanneer je gaf, meedacht, beschikbaar was. En bleef het stil wanneer je iets nodig had.

Dat leert een mens iets fundamenteels: “Mijn plek is veilig zolang ik mij aanpas.”

De stille angst onder het aanpassen

Diep in ieder mens leeft het verlangen om gezien te worden. Tegelijk leeft er vaak een angst om afgewezen te worden. Die angst maakt grenzen spannend. Want een “nee” kan voelen als een risico: verlies ik dan de relatie?

Wie langdurig leeft vanuit aanpassing, ontwikkelt vaak perfectionisme. Niet omdat je zo graag perfect wilt zijn, maar omdat fouten maken niet goed, of zelfs gevaarlijk voelde. Omdat kritiek pijn deed. Omdat teleurstellen te veel kostte. Zo raak je langzaam verwijderd van jezelf. Je gaat twijfelen aan je eigen gevoel. Aan wat je nodig hebt. Totdat je dat nauwelijks nog weet.

Wanneer loyaliteit te zwaar wordt

In de contextuele benadering noemen we dit relationele loyaliteit. Geen fout, geen zwakte. Integendeel: het laat zien hoe trouw je bent. Maar wanneer geven structureel niet wordt aangevuld door ontvangen, raakt de balans zoek.

Dan ga je niet minder doen, maar vaak juist méér. Nog beter zorgen. Nog harder je best doen. Met als prijs: uitputting, onrust, lichamelijke signalen. Je lichaam begint te spreken waar woorden ontbreken.

Pastoraal gezien is dit een belangrijk moment. Niet om te oordelen, maar om te luisteren. Want waar geen recht wordt gedaan, ontstaan grenzen die overschreden worden. Jouw grenzen. En uiteindelijk ook die van de ander.

Klein maken als bescherming

Soms zie je het letterlijk: zachter praten, minder ruimte innemen, schouders opgetrokken. Het lichaam weet vaak al wat het hoofd nog probeert te ontkennen: het is te zwaar, te veel, te lang… Jezelf klein maken is overleven, een beschermingsstrategie. Zo blijf je verbonden. Zo blijf je veilig.

Maar wat als die strategie je vandaag meer kost dan oplevert? Wat als je jezelf zo klein houdt dat je jezelf niet meer terugvindt?

Ruimte innemen zonder de relatie te breken

Ruimte maken voor jezelf betekent niet dat je ineens alleen nog maar voor jezelf kiest. Het betekent zoeken naar een eerlijker evenwicht tussen geven en ontvangen. Naar wat vandaag en voor jou  passend is.

Pastoraal gezien is dat een geestelijke oefening. Het vraagt om vertraging. Om mildheid. Om erkennen aan wie je trouw wilt zijn, en om onderzoeken of die trouw nog ‘leven gevend’ is.

Ruimte innemen is geen breuk met de ander. Het kan juist een uitnodiging zijn tot meer wederkerigheid. Tot relaties waarin jij niet verdwijnt, maar aanwezig mag zijn. Zoals je bent.

Misschien begint het klein.
Door één moment stil te staan bij wat jij nodig hebt.
Door een grens te herkennen, nog zonder hem uit te spreken.
Door jezelf dezelfde zachtheid te gunnen die je zo vanzelfsprekend aan anderen geeft.

Je hoeft jezelf niet groter te maken dan je bent.
Maar je mag wel volledig aanwezig zijn.

Dat is geen egoïsme. Dat is bestaansrecht.

 

Sta even stil:

  • Welke rol heb jij ooit aangenomen in jouw geschiedenis? Wie heeft die rol gezien en gewaardeerd? En wat kost het je vandaag om die rol te blijven vervullen?
  • Wat zou er in jouw relaties kunnen veranderen als jij één kleine stap meer ruimte voor jezelf inneemt?

Wil je hier met iemand over praten? Neem gerust en vrijblijvend contact op via de link hieronder of via de chat op de website: elpidos.nl , je bent heel welkom!

Contact – Elpidos

Lees meer
nl_NLDutch