Geef jouw rekening niet door

.Jij die weer als eerste appt.
Jij die vraagt hoe het met de ander gaat.
Jij die rekening houdt met… en ondertussen wordt het steeds stiller tussen jullie En ergens vanbinnen denk je: Zie je het nou niet? Voel je het dan niet?

Die optelsom die niemand ziet

Veel mensen houden echt geen letterlijke administratie bij, maar toch…je voelt het wel. Die keer dat jij er wél was. Die avond dat jij alleen luisterde en niets kon delen. Dat moment waarop jij je weer eens aanpaste. En ook die keer dat jij er alleen voor stond. Dat gemis aan aandacht. Dat gevoel dat jij er minder toe deed. Het stapelt zich op langzaam en onzichtbaar, maar wel voelbaar. Tot het op een dag ineens te zwaar is.

En dan gebeurt er iets in jou

Je wordt korter in je antwoorden. Of juist stiller.
Je trekt je terug… maar hoopt eigenlijk dat de ander achter je aan komt. Of je zegt iets wat net even te scherp is. Niet  omdat je gemeen wilt doen, maar omdat het pijn doet van binnen, dat opgestapelde ‘niet gezien’ worden. Alsof er iets in jou zegt: Als jij niet aanvoelt wat dit met mij doet, dan ga ik het je laten merken.

Afreageren is vaak verborgen verdriet

Wat eruit komt lijkt boosheid. Of afstand. Maar daaronder zit bijna altijd iets anders: Verdriet. Teleurstelling. Het verlangen om gezien te worden. Alleen… het komt er niet meer zacht uit. Want zacht zijn voelt te kwetsbaar.

Recht doen aan jezelf – hoe dan?

Misschien herken je dit spanningsveld: Je wilt niet langer over je heen laten lopen.
Je wilt trouw zijn aan jezelf. Maar je wilt de ander ook niet beschadigen. En toch… gebeurt dat soms wel.

Je hebt dan te lang gewacht, je voelt je al zolang niet gehoord, ergens ben je daar in vastgelopen. En dan ga je (een beetje)  terughalen wat je gemist hebt.
Niet letterlijk. Maar in gedrag. In woorden. In afstand. Je gaat op een passief-agressieve manier de ander laten voelen dat je ongelukkig bent, maar je durft het (nog?) niet te zeggen…

Wat als je het anders doet?

Maar wat als je zou beginnen bij je eigen gevoel naar wat je verlangt, wat je nodig hebt en toch niet kreeg, als je begint bij wat je zelf ervaart aan gemis, in plaats van wat de ander verkeerd deed? Bijvoorbeeld zo:

“Ik merk dat ik me de laatste tijd alleen voel, juist bij jou.”
“Ik mis het dat je vraagt hoe het met mij gaat.”
“Ik verlang ernaar dat we weer meer samen zijn, in plaats van langs elkaar heen.”

Dat zijn geen verwijten, maar verlangens. Dat is ‘ ik-taal’ , dat zijn openingen voor gesprek. En ja… dat is spannend. Want je laat jezelf zien. Echt zien, zonder je te verstoppen achter vaagheid, boosheid. Jouw kwetsbaarheid tonen, er is weinig enger dan dat. En tegelijk is er ook weinig anders dat zo goed werkt om contact tot stand te brengen.

Echte balans is geen rekensom

Een relatie wordt niet gezond van precies eerlijk verdelen. Het gaat niet om 50/50. Het gaat erom dat je allebei voelt: ik doe ertoe. Wat ik investeer, wordt gezien. Wie ik ben, wordt ontvangen. Ik kom echt binnen bij de ander.

Herstel tussen jullie begint meestal niet bij de ander.
Maar bij jouw keuze om niet langer te verbergen wat er in je leeft. Dat moet je durven en vraagt moed, het is niet zomaar iets. Ook een poging doen is al een stap!

Misschien is dit voor jou

Als je dit nu leest en denkt: ja… dit ben ik, dan is dit geen oproep om harder je best te doen. Maar juist om eerlijker te worden. Zachter. Echter. Niet door alles te slikken. Maar ook niet door het flink scherp terug te geven. Wel door te zeggen: Dit is wat er nu met mij gebeurt. Wil je me zien? Want daar begint echte verandering zodat het weer klopt bij jullie. En het contact en echte verbinding weer terugkomt. Jouw gemis is echt en dat is belangrijk om te erkennen. Door hulp te zoeken kan die pijn voor jou zachter worden en kun je die wellicht zelfs achter je laten. Zo kun je uiteindelijk de vrijheid vinden om andere keuzes te maken. Anders met jezelf en anderen omgaan. De rekening loslaten en niet meer bij de ander neerleggen wat je zelf hebt gemist. Daar is nog veel meer over te zeggen, dus als je dit ehrkent neem dan contact op voor meer informatie! Van harte welkom💛

 

 

Lees meer

Ik doe het nooit goed voor haar….

Misschien herken je dat gevoel.
Dat wat je ook doet, het niet aankomt. Dat je je best doet – echt – maar dat het ergens onderweg verloren lijkt te gaan. En dat je steeds vaker denkt: laat maar.

In gesprekken hoor ik dit vaker. En bijna altijd zit er nog iemand op de bank die iets heel anders ervaart.
Zij zegt bijvoorbeeld: “Ik sta er alleen voor.”
Of: “Hij ziet me niet.”
Of: “Ik moet alles zelf doen.”

En dan zitten ze daar. Twee mensen die ooit dichtbij waren. En die nu allebei het gevoel hebben dat ze tekortkomen. Wat er dan gebeurt, is zelden zomaar een ‘probleem’. Het is een patroon dat langzaam is gegroeid.

Zij verlangt naar aandacht, naar betrokkenheid, naar het gevoel dat ze er niet alleen voor staat. Dus ze benoemt wat er mist. Soms voorzichtig. Soms direct. Soms ook in de vorm van kritiek, omdat het verlangen al zo lang niet gehoord wordt.

Hij hoort die woorden, maar ervaart iets anders. Hij voelt zich aangesproken, misschien zelfs afgewezen. Alsof hij tekortschiet. Alsof hij het weer niet goed doet. En dat gevoel is pijnlijk. Dus hij trekt zich terug. Wordt stiller. Of gaat het praktisch oplossen, in de hoop dat het daarmee beter wordt.

Maar juist dat terugtrekken bevestigt voor haar het gevoel: zie je wel, ik sta er alleen voor. En dus gaat zij nog meer benoemen wat er ontbreekt. Trekt hij zich nog verder terug achter zijn muurtje.

En zo draaien ze rond.
Niet omdat ze dat willen. Maar omdat ze elkaar onderweg zijn kwijtgeraakt.

Onder deze beweging ligt vaak iets kwetsbaars.
Zij die zegt: “Je doet het niet goed,” verlangt eigenlijk: “Zie mij. Laat mij niet alleen. Ben ik belangrijk voor jou?”
Hij die denkt: “Ik doe het nooit goed,” voelt eigenlijk: “Ik faal. Ik schiet tekort. Wat ik ook doe, het is niet genoeg.”

Dat zijn geen kleine gevoelens.
Dat zijn plekken waar oude ervaringen soms meeklinken. Waar je misschien al eerder geleerd hebt dat je moet presteren om liefde te verdienen. Of dat je je moet aanpassen. Of dat je toch niet echt gezien wordt.

En dan wordt het spannend in het hier en nu. Want ineens gaat het niet alleen meer over de vaatwasser, de planning of aandacht. Het gaat over: doe ik ertoe?

Wat mij raakt in dit soort gesprekken, is dat beide partners vaak trouw zijn. Op hun eigen manier.
Zij blijft benoemen, omdat ze de relatie niet wil opgeven.
Hij blijft, ook al trekt hij zich terug, omdat hij niet weg wil.

Maar hun manieren botsen.

De weg eruit begint zelden met ‘het beter doen’.
Het begint met vertragen. Met samen kijken: wat gebeurt hier eigenlijk tussen ons?

Kun je, heel voorzichtig, iets laten zien van wat eronder zit?
In plaats van: “Je doet nooit…”
Misschien: “Ik merk dat ik me alleen voel en je mis.”

In plaats van terugtrekken:
Misschien: “Ik hoor wat je zegt, maar ik voel me ook snel alsof ik faal. Dan klap ik dicht.”

Dat zijn kwetsbare zinnen. Maar daar ontstaat ruimte.
Omdat je elkaar weer een stukje laat zien van wie je bent, onder de reactie.

En soms lukt dat toch samen niet meer goed, omdat het patroon te sterk is geworden. Dan kan het helpen als iemand meedenkt. Iemand die helpt vertragen, woorden geeft aan wat vastzit, en ruimte maakt voor beide verhalen.

“Ik doe het nooit goed voor haar” klinkt als een conclusie.
Maar vaak is het eigenlijk een ontmoedigde vraag: “Hoe kan ik je nog bereiken?”

En misschien ligt daar ook een andere vraag naast: “Durf ik jou weer te laten zien wat er echt in mij leeft?” Daar begint iets nieuws, heel klein soms, maar wel echt.

Lopen jullie ook zo vast en zou je het graag anders willen? Ontdek hoe ik jullie kan helpen, je hoeft dit niet alleen te doen.

Soms is even bellen of mailen makkelijker voor een eerste contact. Twijfel nu niet, misschien ben je dichterbij een nieuwe stap in de goede richting dan je denkt. Je krijgt altijd een oprecht advies van mij en vragen staat immers vrij!

Contact – Elpidos

Lees meer

Samen in een huis, en toch alleen

Juist omdat er iemand naast je staat. Iemand die je ooit nabij was. En ergens onderweg is er iets veranderd. Niet altijd zichtbaar. Niet altijd benoemd. Maar wel voelbaar, als een stille kloof. Vaak begint die kloof niet met onwil, maar met bescherming. Jouw overlevingsmechanisme.

Misschien heb je vroeger geleerd om je gevoelens in te slikken, omdat er geen ruimte of aandacht voor was.
Of je trekt je terug zodra het spannend wordt, omdat nabijheid ooit onveilig voelde.
Misschien ga je juist pleasen, hard werken, zorgen, om de verbinding maar niet te verliezen.

Wat ooit hielp om staande te blijven, kan nu onbedoeld afstand creëren. Achter jouw  muurtje voelt het overzichtelijk en veilig. Helaas ben je ook onzichtbaar en onbereikbaar voor anderen. Je partner voelt zich misschien buitengesloten of niet echt gezien.
Jij voelt je onbegrepen, alleen of zelfs afgewezen.
En zo ontstaat er een patroon: jij beschermt jezelf, de ander reageert daarop met gedrag waar je opnieuw angstig of boos van wordt en je trekt je nog meer terug, de ander komt nog harder op je deur bonzen…en samen kom je steeds verder van elkaar af te staan. Tot het punt dat je denkt: hoe vinden we elkaar  ooit terug?

Wat doet dit met jou?

Het raakt aan je diepste behoefte: gezien en geliefd worden.
Je kunt je leeg voelen, gespannen, moe van het “proberen”.
Soms raak je jezelf kwijt: wat voel ík eigenlijk nog? Wat wil ík?

Wat doet dit met je relatie?

De vanzelfsprekendheid verdwijnt. Gesprekken worden oppervlakkig of juist geladen.
Intimiteit, zowel emotioneel als fysiek, komt onder druk  te staan.
Je leeft steeds meer langs elkaar heen of in terugkerende conflicten zonder echte oplossing.

En je kinderen?

Kinderen voelen feilloos aan wat er speelt, ook als het niet wordt uitgesproken.
Ze kunnen jullie spanning overnemen, zich aanpassen of juist onzichtbaar worden en terugtrekken. Ze merken niks, want het gaat prima met ze, denk je dan, maar juist dat is een signaal! Ze proberen (onbewust) jullie verbinding te herstellen door geen last te veroorzaken, en soms juist door de aandacht af te leiden van de spanning tussen jullie, door zelf een bron van spanning te worden waardoor jullie toch moeten ‘samenwerken’… Ze leren tegelijk iets over liefde en relaties door wat ze zien, over afstand of nabijheid, vermijding of eerlijkheid.

Waar is hulp?

Er is wat aan te doen, je hoeft hier niet alleen doorheen. Denk aan:

  • relatietherapie (bijv. gericht op patronen en hechting)
  • individuele begeleiding om jouw eigen reacties te begrijpen
  • pastorale begeleiding als geloof en zingeving een rol spelen
  • een vertrouwd persoon die echt kan luisteren zonder oordeel

Soms is één iemand die het patroon helpt zien al een eerste opening.

Wat kun je nu zelf nog doen?

Misschien voelt het groot en ingewikkeld. Begin klein.

  • Herken je patroon
    Wanneer trek jij je terug? Wanneer ga je juist over je grens?
  • Vertraag
    Niet meteen reageren, maar even voelen: wat gebeurt er in mij?
  • Benoem voorzichtig wat er speelt
    Niet als verwijt, maar als kwetsbare uitnodiging:
    “Ik merk dat ik me terugtrek, maar eigenlijk verlang ik naar nabijheid.”
  • Zoek weer kleine momenten van verbinding
    Een blik, een aanraking, samen wandelen zonder doel.
  • Wees mild voor jezelf én de ander
    Jullie doen allebei wat jullie geleerd hebben om te overleven.

En soms is de vraag ook: kunnen we samen verder, of hebben we hulp nodig om opnieuw te kiezen? Eenzaamheid in je relatie betekent niet automatisch het einde. Maar het is wel een belangrijk signaal dat iets gezien wil worden. Onder de afstand ligt vaak nog steeds een verlangen. Naar nabijheid. Naar veiligheid. Naar echt contact. En juist daar,  hoe kwetsbaar ook,  begint de weg terug.

Niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk! Wil je hierover praten, wees dan van harte welkom!  Soms is even bellen of mailen makkelijker voor een eerste contact. Twijfel nu niet, misschien ben je dichterbij een nieuwe stap in de goede richting dan je denkt. Je krijgt altijd een oprecht advies van mij en vragen staat immers vrij!

Neem dus gerust contact op via deze link  Contact – Elpidos

 

Lees meer

Als het stil is geworden tussen jullie

Over afstand, wantrouwen en herstel van liefde

Soms is er wantrouwen gekomen – door iets wat gebeurd is, of juist door alles wat niet meer gezegd wordt. En ergens kan de gedachte opkomen: zijn we elkaar kwijtgeraakt? Hoe zijn we hier gekomen… en is er nog een weg terug in deze afstand?

In partnerrelaties – en zeker binnen een gezin – raakt deze afstand niet alleen jullie twee. Het heeft invloed op de sfeer in huis, op hoe er gekeken en geluisterd wordt, op hoe liefde wordt doorgegeven. Als er kinderen zijn voelen die jullie spanning, en helaas: ze betrekken die op zichzelf….ben ik te stout geweest? Komt het door mij? Het schuldgevoel hierover kan het allemaal nog zwaarder maken.

Veel stellen die ik spreek, ervaren in deze situatie moedeloosheid. Want ze willen zo graag dat het weer goed komt, maar ze weten niet meer hoe. Wat vaak verborgen blijft in de ruzies en conflicten, de ijzige stiltes, is wat er onder de oppervlakte leeft.

Achter boosheid zit vaak een diep verlangen naar nabijheid.
Achter terugtrekken zit vaak kwetsbaarheid die beschermd wordt.
Achter wantrouwen zit vaak angst om opnieuw gekwetst te worden.

Misschien merk je dat jij degene bent die blijft vragen, zoeken, praten – en dat de ander zich juist afsluit. Of misschien is het andersom. Wat er dan ontstaat, is een patroon waarin jullie elkaar onbedoeld steeds verder kwijtraken. Niet omdat jullie niet om elkaar geven, maar omdat jullie allebei op jullie eigen manier proberen om met de pijn om te gaan. In relatietherapie gaan we samen kijken naar het patroon waar jullie in vastlopen. Dat alleen al kan opluchten. Want het probleem ligt niet in een karakterfout van jou, en ook niet van de ander – maar in de manieren die je hebt aangeleerd om overeind te blijven in het leven. En die jullie nu behoorlijk in de weg zijn gaan zitten.

Bij dat onderzoek naar patronen ontstaat er bijna altijd voorzichtig ruimte voor iets anders. Voor woorden die misschien lang niet gezegd zijn.
“Ik mis je.”
“Ik voel me alleen, ook als je naast me zit.”
“Ik ben bang dat ik niet belangrijk voor je ben.”

Dat is niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk! Maar juist daar, in die openheid, kan iets van herstel beginnen. Waar de één zich laat zien, kan de ander weer antwoorden – soms aarzelend, maar oprecht.

Herstel gaat meestal niet in grote stappen. Het zit in kleine momenten:
een blik die langer blijft hangen,
een gesprek dat net iets zachter wordt,
een gevoel van: we zijn er allebei nog.

Wantrouwen verdwijnt niet ineens. Maar het kan langzaam plaatsmaken voor voorzichtig vertrouwen. En moedeloosheid kan weer een beetje hoop worden

Door dit sàmen te herkennen, kan er iets verschuiven: van elkaar bevechten naar samen kijken naar wat jullie gevangen houdt.

In de begeleiding werk ik regelmatig met Emotionally Focused Therapy (EFT). Deze manier van werken helpt om zicht te krijgen op de patronen waarin jullie zijn vastgelopen. Niet om schuld aan te wijzen, maar om te begrijpen wat er gebeurt in de ruimte tussen jullie. Van daaruit komt er ruimte voor een andere laag.
Een laag van eerlijkheid en kwetsbaarheid.

Vanuit een christelijk perspectief geloven we dat liefde niet alleen van ons afhankelijk is. Dat er een Bron is van trouw, ook wanneer wij tekortschieten. Gods genade werkt juist midden in gebrokenheid. Waar wij vastlopen, kan er met Zijn hulp toch een nieuwe beweging ontstaan – soms klein, maar wezenlijk.

Herstel in relaties betekent niet dat alles weer wordt zoals het was. Het betekent dat er een diepere vorm van verbinding kan groeien. Eerlijker, kwetsbaarder, gedragen door genade. Voor jullie als partners. Voor jullie kinderen. Voor de toekomst samen.

Misschien lees je dit en voel je: hier verlang ik naar, maar ik weet niet hoe. Weet dan dat je niet alleen bent. Bij Elpidos ben je van harte welkom en is er alle ruimte om samen te zoeken, met aandacht, mildheid en hoop.

Want echt:  waar het stil is geworden, kan liefde toch opnieuw gaan bloeien.

Relatietherapie – Elpidos

 

Lees meer

Zelf iets oplossen betekent niet dat je het alleen moet doen.

Maar onder die gedachte kan iets anders schuilgaan:
Als ik het zelf niet doe, doet niemand het en sta ik er ook alleen voor. En juist daar raakt het aan een diepere laag, zowel in relaties als geestelijk in je geloof,  en in je persoonlijke beleving van jouw bestaan.

Verantwoordelijkheid is relationeel

In de contextuele benadering staat één gedachte centraal: mens-zijn is bestaan in relatie tot de ander. We bestaan niet op onszelf. We leven in netwerken waar recht en onrecht gedaan wordt door geven en ontvangen, van loyaliteit en wederkerigheid. Zelf iets oplossen houdt in dat je eerlijk kijkt naar wat van mij is, wat bij mij hoort. Daar neem ik verantwoordelijkheid voor, het is mijn aandeel in de relatie, jij hebt jouw aandeel. Dan kan en behoor ik te doen wat ík kan doen, een keuze maken. Maar het betekent niet dat ik alles alleen moet dragen en geen steun moet toelaten. De achterliggende gedachte is vaak dat je niemand tot last wil zijn.

Toch gebeurt dat ‘alleen dragen’ vaak wel, vanuit een bepaalde trouw, een, soms onbewust, besef van loyaliteit. Je wilt graag sterk zijn voor anderen. Misschien heb je ooit geleerd: “Als ik het niet doe, doet niemand het’ Of: als ik iets wil moet ik er zelf voor zorgen want niemand anders doet het…En voor je het weet wordt kracht hetzelfde als alleen doen. En eigenlijk dan ook: alleen zijn.

Het Bijbelse tegenwicht: God is goed en genadig

Juist op dat punt spreekt de Bijbel anders. “De HEER is genadig en barmhartig,
geduldig en groot van goedertierenheid.” ( Psalm 145:8) God laat Zich niet kennen als een toeschouwer aan de zijlijn, die afwacht of jij het redt.
Hij is goed. Zijn hart is je gunstig gezind. Niet pas als jij het goed oplost. Niet pas als jij sterk blijft. Maar juist midden in je worsteling.

Misschien voel jij je op dit moment alleen in een moeilijke keuze. Wellicht schaam je je dat het zwaarder is dan je dacht, en denk je dat jij dit zelf moet dragen, of dat jij de enige bent die dit kan dragen. Dan klinkt deze belofte: “Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten.” (Hebreeën 13:5) Je alleen voelen is niet hetzelfde als alleen zijn. Deze woorden vasthouden en geloven is een keuze die alleen jij kunt maken. “De HEER is nabij de gebrokenen van hart.” (Psalm 34:19) Dat betekent dat er niet staat: de HEER is trots op wie alles zelfstandig aan kan. De boodschap is juist dat Hij belooft dichtbij te zijn bij wie het niet meer overziet. Een gebroken en verbrijzeld hart mag rekenen op Gods zorg, niet op afwijzing of oordeel.

Zelf doen in verbondenheid

Vanuit geloof en vanuit contextueel denken raken we hier dezelfde kern: verantwoordelijkheid hoort er bij als je je verbonden voelt of wilt voelen met belangrijke anderen. Je mag jouw deel dragen. Je mag volwassen keuzes maken. Je mag rechtzetten wat jij kunt rechtzetten. Dat hoort bij een volwassen persoonlijkheid. Maar je staat niet buiten Gods dragende genade. En je hoeft je daarom niet af te sluiten voor menselijke steun. Sterker nog: wanneer jij iemand toelaat, eer je de wederkerigheid van relaties. Je gunt de ander ook de ruimte om er voor jou te zijn. Dat is geen zwakte. Dat is relationele rechtvaardigheid, ofwel: je doet recht aan de ander en tegelijk aan jezelf. Prediker 4 zegt daarover:  “Twee zijn beter dan één… want als één valt, helpt de ander hem op.” Dat is dus wijsheid, geen tekort!

Zou je het op deze manier kunnen zien? Ik ben verantwoordelijk voor mijn deel. Maar ik hoef het niet alleen te doen. God is goed, altijd, ook voor mij en juist nu.

En heel mooi: soms wordt Zijn goedheid zichtbaar in een mens die naast je loopt. Misschien is dat vandaag wel de uitnodiging: niet om het uit handen te geven,
maar om het niet alleen te dragen. Als jij nu iets aan het dragen bent wat zwaar voelt, wie zou er een klein stukje naast je mogen lopen, mee dragen?

Mail me gerust als je daarover door zou willen praten, ik ben er graag voor je! onderstaande link verwijst je naar het contactformulier, maar mailen kan ook: info@elpidos-counseling.nl

Contact – Elpidos

 

 

 

 

 

Lees meer

Waar twee kijven, hebben twee schuld.

Dialoog begint bij luisteren. Niet het snelle luisteren dat al bezig is met het volgende antwoord, maar met aandacht horen wat wordt gezegd, en daarmee de boodschap geeft: jij doet ertoe. In contextuele therapie krijgt dit luisteren nog extra diepte, omdat iemands verhaal nooit losstaat van anderen. Relaties, generaties, loyaliteiten en onuitgesproken verwachtingen klinken altijd mee. Dialoog betekent hier dat al die stemmen serieus genomen mogen worden, ook wanneer ze met elkaar botsen.

Wat dialoog zo krachtig maakt, is dat het oordeel wordt uitgesteld. In plaats van meteen te bepalen wie gelijk heeft of wie fout zit, ontstaat er nieuwsgierigheid. Waarom doet iemand wat hij doet? Welke geschiedenis gaat hieraan vooraf? Welke onzichtbare loyaliteit speelt mee? Door deze vragen te stellen, ontstaat er beweging. Mensen voelen zich minder vastgezet in rollen van dader of slachtoffer en krijgen ruimte om hun eigen verantwoordelijkheid te herontdekken.

Een belangrijk kenmerk van dialoog is wederkerigheid. Als jouw therapeut ben ik geen alwetende expert die oplossingen aandraagt, maar een betrokken gesprekspartner. Door aanwezig te zijn, te vertragen en woorden te geven aan wat vaak onuitgesproken blijft, help ik jou/jullie het gesprek te verdiepen. Dialoog nodigt uit tot reflectie: Wat doe ik, en wat doet dat met de ander? Dat besef opent de deur naar herstel en verzoening.

Dialoog vraagt moed en kwetsbaar durven zijn. Het is spannender dan discussie, omdat je jezelf laat raken. Het is een risico omdat je niet precies weet waar het gesprek uitkomt. Maar juist die openheid maakt verandering mogelijk. Waar dialoog ontstaat, komt beweging in vastgelopen patronen. Mensen voelen zich herkend, erkend en uitgenodigd om opnieuw positie te kiezen in hun relaties.

Uiteindelijk is dialoog een oefening in menselijkheid. Het herinnert ons eraan dat we niet los van elkaar leven, maar verbonden zijn. In die verbinding ligt de kans op heling, groei en nieuwe betekenis.

In christelijke therapie krijgt dialoog een extra persoonlijke en geestelijke diepte. Het gesprek gaat niet alleen over wat je doet of voelt, maar ook over wat je draagt vanbinnen: vragen naar zin, geloof, schuld, hoop en verlangen. Heel concreet betekent dit dat je mag zeggen: “Ik bid, maar ik voel niets”, of: “Ik ben boos op God”, of juist: “Ik weet niet hoe ik verder moet, maar ik hoop dat er Iemand is die mij ziet.” Die woorden hoeven niet netjes of afgerond te zijn. Ze mogen rauw, twijfelend en onvolledig klinken.

De Bijbel zelf geeft ruimte aan zulke open dialogen. In de psalmen klinkt dit voortdurend door. “Stort voor Hem uit uw hart” (Psalm 62:9) is geen oproep om eerst orde op zaken te stellen, maar om te spreken zoals je bent. Ook Psalm 13 laat zien dat geloof en twijfel samen kunnen gaan: “Hoe lang nog, HEER? Zult U mij voor altijd vergeten?” Deze woorden laten zien dat je je vragen niet hoeft te onderdrukken als je gelovig bent. Juist het uitspreken ervan is geloven! Schuld en verlangen mogen benoemd worden, zonder dat er meteen een oplossing moet volgen. Dat sluit aan bij 1 Johannes 1:7: “Maar als wij ons leven in het licht brengen, zoals Hij zelf in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar.” Het licht is hier geen verhoor, maar de ruimte van Gods genade en liefde waarin gedeeld mag worden wat zwaar is. Door woorden te geven aan wat knelt, ontstaat er verbinding – met de ander én met God.

Jezus zelf nodigt uit tot deze openheid wanneer Hij zegt: “Kom naar Mij toe, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan” (Matteüs 11:28). Hij vraagt niet eerst om duidelijke antwoorden of sterk geloof, maar om eerlijkheid en een hart dat op Hem gericht is, twijfelend, aarzelend of overtuigd, dat maakt niet uit. Pastorale dialoog sluit daarbij aan: je hoeft je vragen niet eerst op te lossen voordat je ze mag delen. Door ze uit te spreken, worden ze draaglijker, minder eenzaam en vaak ook eerlijker. In dat gedeelde spreken kan langzaam ruimte ontstaan voor vertrouwen, zelfs als niet alles helder wordt.

Reflectieve vragen

  1. Is er een geloofsvraag of innerlijke worsteling die jij met je meedraagt, maar zelden (hardop) uitspreekt?
  2. Wat zou er kunnen veranderen als je die vraag niet meteen probeert op te lossen, maar deelt met iemand, die je vertrouwd?
  3. Zijn er relaties in jouw leven waar meer echte dialoog ruimte kunnen scheppen voor begrip en herstel?
  4. Wat maakt het voor jou moeilijk of juist mogelijk om werkelijk te luisteren zonder meteen te oordelen?
Lees meer

Ruimte maken voor mij

Ruimte maken voor mij

In de contextuele praktijk hoor ik dit vaak terug. Mensen die zorgzaam zijn, loyaal, betrokken. Mensen die veel geven. En die tegelijk diep vanbinnen worstelen met schuldgevoel zodra ze hun eigen verlangens en behoeften serieus nemen. Dat schuldgevoel komt niet uit de lucht vallen. Het is gegroeid in relaties, in geschiedenis, in loyaliteiten die ooit nodig waren om in relatie met anderen te blijven.

Zorgen als vorm van trouw

Met een contextuele bril kijken we niet alleen naar jou als individu, maar naar jou in relatie. Naar wie jij hebt geleerd te zijn om erbij te horen. Jezelf klein houden is geen lafheid. Het is vaak zorg. Liefde in een vorm die ooit veilig was.

Misschien was jij degene die de sfeer bewaakte. Die geen “gedoe” maakte. Die sterk moest zijn, of zelfstandig, of begripvol. Misschien werd je gezien en gewaardeerd wanneer je gaf, meedacht, beschikbaar was. En bleef het stil wanneer je iets nodig had.

Dat leert een mens iets fundamenteels: “Mijn plek is veilig zolang ik mij aanpas.”

De stille angst onder het aanpassen

Diep in ieder mens leeft het verlangen om gezien te worden. Tegelijk leeft er vaak een angst om afgewezen te worden. Die angst maakt grenzen spannend. Want een “nee” kan voelen als een risico: verlies ik dan de relatie?

Wie langdurig leeft vanuit aanpassing, ontwikkelt vaak perfectionisme. Niet omdat je zo graag perfect wilt zijn, maar omdat fouten maken niet goed, of zelfs gevaarlijk voelde. Omdat kritiek pijn deed. Omdat teleurstellen te veel kostte. Zo raak je langzaam verwijderd van jezelf. Je gaat twijfelen aan je eigen gevoel. Aan wat je nodig hebt. Totdat je dat nauwelijks nog weet.

Wanneer loyaliteit te zwaar wordt

In de contextuele benadering noemen we dit relationele loyaliteit. Geen fout, geen zwakte. Integendeel: het laat zien hoe trouw je bent. Maar wanneer geven structureel niet wordt aangevuld door ontvangen, raakt de balans zoek.

Dan ga je niet minder doen, maar vaak juist méér. Nog beter zorgen. Nog harder je best doen. Met als prijs: uitputting, onrust, lichamelijke signalen. Je lichaam begint te spreken waar woorden ontbreken.

Pastoraal gezien is dit een belangrijk moment. Niet om te oordelen, maar om te luisteren. Want waar geen recht wordt gedaan, ontstaan grenzen die overschreden worden. Jouw grenzen. En uiteindelijk ook die van de ander.

Klein maken als bescherming

Soms zie je het letterlijk: zachter praten, minder ruimte innemen, schouders opgetrokken. Het lichaam weet vaak al wat het hoofd nog probeert te ontkennen: het is te zwaar, te veel, te lang… Jezelf klein maken is overleven, een beschermingsstrategie. Zo blijf je verbonden. Zo blijf je veilig.

Maar wat als die strategie je vandaag meer kost dan oplevert? Wat als je jezelf zo klein houdt dat je jezelf niet meer terugvindt?

Ruimte innemen zonder de relatie te breken

Ruimte maken voor jezelf betekent niet dat je ineens alleen nog maar voor jezelf kiest. Het betekent zoeken naar een eerlijker evenwicht tussen geven en ontvangen. Naar wat vandaag en voor jou  passend is.

Pastoraal gezien is dat een geestelijke oefening. Het vraagt om vertraging. Om mildheid. Om erkennen aan wie je trouw wilt zijn, en om onderzoeken of die trouw nog ‘leven gevend’ is.

Ruimte innemen is geen breuk met de ander. Het kan juist een uitnodiging zijn tot meer wederkerigheid. Tot relaties waarin jij niet verdwijnt, maar aanwezig mag zijn. Zoals je bent.

Misschien begint het klein.
Door één moment stil te staan bij wat jij nodig hebt.
Door een grens te herkennen, nog zonder hem uit te spreken.
Door jezelf dezelfde zachtheid te gunnen die je zo vanzelfsprekend aan anderen geeft.

Je hoeft jezelf niet groter te maken dan je bent.
Maar je mag wel volledig aanwezig zijn.

Dat is geen egoïsme. Dat is bestaansrecht.

 

Sta even stil:

  • Welke rol heb jij ooit aangenomen in jouw geschiedenis? Wie heeft die rol gezien en gewaardeerd? En wat kost het je vandaag om die rol te blijven vervullen?
  • Wat zou er in jouw relaties kunnen veranderen als jij één kleine stap meer ruimte voor jezelf inneemt?

Wil je hier met iemand over praten? Neem gerust en vrijblijvend contact op via de link hieronder of via de chat op de website: elpidos.nl , je bent heel welkom!

Contact – Elpidos

Lees meer

Dit is waarom mensen liegen

Dit is waarom mensen soms liegen

In de contextuele benadering letten we er niet alleen op óf iemand liegt, maar vooral waaróm iemand liegt. 

We kijken naar relaties, loyaliteiten en levensgeschiedenis. Liegen wordt ook niet in eerste instantie gezien als slecht gedrag, maar als een relationele strategie: een poging om schade te voorkomen, verbondenheid te behouden of hevige spanning te reguleren. Veel leugens ontstaan niet uit kwade wil, maar uit angst. Angst om iemand te verliezen, iemand te kwetsen, of angst om zelf afgewezen te worden.

Vaak ontstaat een leugen-strategie door vroege ervaringen. Wie als kind leerde dat iets eerlijk zeggen leidt tot straf, dat je wordt afgewezen of emotioneel in de kou komt te staan, ontwikkelt soms een beschermingsmechanisme: zwijgen, verdraaien of aanpassen van de waarheid. In die zin is liegen soms een vorm van overleven in een omgeving waarin eerlijkheid niet erg veilig voelde. Dan is aanpassen, zwijgen of verdraaien van de waarheid een manier om verbonden te blijven. Liegen is dan geen teken van gebrek aan geweten, maar van een sterk ontwikkeld relationeel kompas dat gericht is op behoud van relaties, maar wel ten koste van zichzelf.

Liegen kan dus nogal wat kosten. In relaties ondermijnt het vertrouwen, ook al was de intentie misschien goedbedoeld, vanuit een bepaalde zorg. Door te liegen ontstaat er een dis- balans in de relatie: door tegen iemand te liegen ontstaat er een ‘vals’ beeld van de ander en van de relatie. Je ontmoet elkaar niet echt en oprecht, maar met een masker op. Zo kan een leugen, hoe begrijpelijk ook, uiteindelijk de verbinding verarmen, het wantrouwen vergroten en de betrouwbaarheid verminderen.

Vanuit geloofsperspectief krijgt dit nog een diepere laag. In de Bijbel is waarheid niet alleen een moreel principe, maar een relationeel begrip. Waarheid heeft te maken met leven in het licht, voor God en voor elkaar. “De waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32) wijst niet op hardheid, maar op bevrijding. Eerlijkheid schept ruimte voor genade, herstel en vergeving.

Tegelijk laat de Bijbel ook zien dat God de gebrokenheid [zoals liegen als zelfbescherming] van mensen kent. Adam en Eva verbergen zich; Petrus liegt uit angst; David bedekt zijn schuld. God ontkent het liegen niet, maar zoekt steeds opnieuw de mens op met de vraag: Waar ben je? Dat is geen beschuldigende vraag, maar een uitnodiging tot waarheid in relatie.

Eerlijk leven vraagt daarom niet alleen moed, maar ook veiligheid. Overal waar mensen zich gezien, gehoord en geliefd weten, door God en door nabije of belangrijke medemensen, wordt eerlijkheid mogelijk. Waar waarheid wordt ontvangen met zorg in plaats van veroordeling, verliest de leugen zijn functie. Vanuit een contextueel en vaak ook levensbeschouwelijk perspectief is waarheid geen doel op zichzelf, maar een middel tot verbinding en herstel. Wie ervaart dat zijn/haar verhaal ontvangen wordt zonder veroordeling, voelt ruimte om oude beschermingsmechanismen los te laten. Eerlijkheid vraagt immers veiligheid, relationele veiligheid waarin ook moeilijke of beschamende waarheden gedragen kunnen worden.

Misschien is de meest helpende vraag daarom niet: Waarom lieg jij? maar:
Welke waarheid was te kwetsbaar om te zeggen?
En: Wat zou jou geholpen hebben om eerlijk te kunnen zijn?

Eerlijkheid groeit waar genade en verantwoordelijkheid elkaar ontmoeten.

Reflectieve vragen om eens over te peinzen

  1. Kun je een situatie herinneren waarin je niet helemaal eerlijk was? Welke angst of loyaliteit speelde daarin mee?
  2. Wat helpt jou, in relaties of in geloof, om waarheid te durven spreken zonder jezelf of de ander te verliezen?

Reageer als je hier iets over kwijt wilt, of neem contact op voor een gesprek. Je bent van harte welkom!

Lees meer

Hoe zie jij jezelf?

 

In een contextuele hulppraktijk wordt deze vraag nog iets breder getrokken. Zelfbeeld bestaat en ontstaat in relaties. Wie wij zijn, wordt mede gevormd door wat wij ontvangen en geven in onze levensgeschiedenis: erkenning, zorg, rechtvaardigheid, maar ook spelen een rol tekort, onrecht en afwijzing.

Contextuele therapie benadrukt dat zelfbeeld (of: eigenwaarde) geworteld is in relationele betrouwbaarheid. Wanneer een kind gezien wordt, wanneer inzet wordt erkend en grenzen rechtvaardig zijn, groeit een innerlijk gevoel van bestaansrecht, dat je van betekenis bent. Omgekeerd kan een gebrek aan erkenning leiden tot een broos of vertekend zelfbeeld: jezelf klein maken , een gevoel van “ik ben niets waard”. Soms ook jezelf overeind houden door veel belang aan prestaties en controle te hechten: “ik moet bewijzen dat ik meetel”.

Vanuit deze visie is zelfbeeld dus geen puur intern probleem, maar een relationele erfenis. Mensen dragen vaak een onzichtbare boekhouding met zich mee: wat heb ik gekregen, wat moest ik geven, wat bleef uit? Deze balans beïnvloedt hoe iemand zichzelf ziet en hoe vrij hij of zij zich voelt om relaties aan te gaan.

Maar er is meer, een nog diepere laag in ons gevoel van eigenwaarde. Daarvoor kijken we naar Gods visie op mensen. In de Bijbel leert Hij ons dat onze identiteit niet als iets wat wij verwerven, maar als iets wat ons geschonken wordt. Door Hem. “U bent kostbaar in mijn ogen” (Jesaja 43) en “wie in Christus is, is een nieuwe schepping” (2 Kor. 5:17). Identiteit in Christus betekent: mijn waarde ligt niet uiteindelijk in mijn prestaties, in mijn falen of de oordelen van anderen, maar in Gods genadige toewending, Hij komt naar mij toe, uit liefde.

Dat betekent niet dat onze relationele geschiedenis ineens verdwijnt. Wonden in onze ziel, schaamte en schuld blijven reëel. Maar in geloof geldt een ander referentiepunt. Waar contextueel gezien erkenning vaak wordt gezocht in wederkerigheid, opent het evangelie de mogelijkheid van ontvangen zonder verdienste. Genade doorbreekt de kramp van moeten bewijzen en maakt ruimte voor herstel van relaties – met God, met anderen en met jezelf.

In die zin werkt identiteit in Christus ook helend in contextuele zin. Wie zich gedragen weet door Gods trouw, kan eerlijker kijken naar wat hij of zij gemist heeft, zonder daarin te blijven steken. Het geeft ruimte om grenzen te stellen, en toch verbonden te blijven. Om verantwoordelijkheid te nemen vanuit vrijheid en tegelijk rekening te houden met de belangen van de ander. En dat te doen zonder je eigen belangen te verwaarlozen.

Je zelfbeeld is dan niet langer zo kwetsbaar dat het steeds bevestigd moet worden, maar een stevig fundament. Op die manier kun je in je relaties in gezin, familie en  generaties dankbaar zijn voor wat ontvangen is, maar ook rouwen om wat ontbrak. Je voelt je vrij  om te geven wat passend is. Zo raken contextuele inzichten en geloofsprincipes elkaar. Je ontdekt dat een gezond zelfbeeld groeit overal waar waarheid, genade en relationele trouw samenkomen.

Reflectievragen

  1. Welke ervaringen in jouw levensgeschiedenis hebben jouw zelfbeeld versterkt, en welke hebben het ondermijnd? Waar merk je dat vandaag nog aan?
  2. Wat zou het concreet voor jou betekenen om je eigenwaarde niet primair te baseren op wat je doet of ontvangt, maar op je identiteit in Christus?
Lees meer

Hoe weet je of je iemand kunt vertrouwen?

Vertrouwen is afstemmen

Vertrouwen ontstaat in kleine, bijna onopvallende interacties waarin we elkaar zien, erkennen en serieus nemen. Opvallend vaak ligt de basis van vertrouwen niet in grote gebaren, maar in het geven én ontvangen van passende zorg en aandacht. Nu blijkt dat laatste, passende zorg en aandacht best lastig. Wat wordt ermee bedoeld?

Met passend bedoelen we: niet teveel en niet te weinig. Teveel zorg bieden, kan dat dan? Te weinig, ja dat herkennen we wel. Wie zich tekort gedaan voelt heeft meestal weinig zorg en aandacht gekregen, die voelt teleurstelling.. Maar teveel zorgen, kan dat ook? Probeer je eens voor de geest te halen wanneer jij je betutteld of verstikt voelde door de ‘overdreven’ (maar wel goedbedoelde) zorg van iemand anders? Dat dus…

Wanneer zorg niet aansluit bij de behoefte van de ander, voelt die eigenlijk meer als ruis dan als liefdevolle of echte aandacht voor jou. De kunst van vertrouwen opbouwen begint daarom bij afstemmen: wat heeft de ander echt nodig, en wat kan en wil ik op een passende manier geven?

De kern: zien en gezien worden

Vertrouwen groeit wanneer je echt merkt dat jij ertoe doet. Hoe ontstaat dat? Wanneer je merkt dat iemand echt luistert Wanner er niet alleen op jouw woorden gereageerd maar ook de bedoeling daar achter opgemerkt. En andersom ook, jij de aandacht die wordt gegeven ook  binnen laat komen. Er ontstaat tussen jou en de ander een bepaalde ruimte voor openheid en jezelf laten kennen. Je geeft iets moois met aandacht. En je ontvangt ook iets: gezien worden. Proef je al iets van wat er gebeurt tussen jou en de ander? Je wordt gezien. “Ik mag er zijn. Jij bent er voor mij.” Dat moment van erkenning is een bouwsteen van vertrouwen en wederkerigheid: je draagt allebei bij aan jullie contact.

Geven: zorg bieden die klopt

Als we aandacht en zorg geven ligt er soms een valkuil op de loer: Soms geven we bij voorkeur dat wat we zelf denken dat die ander nodig heeft. Met de beste bedoelingen, maar dan slaan we dus de plank mis. Er ontstaat pas contact als we afgestemd zijn op de ander. Soms heeft iemand eerder praktische steun nodig, soms liever emotionele nabijheid, en soms simpelweg rust of ruimte. Geven is dus niet: invullen voor de ander vanuit wat voor jou werkt, er van uitgaan dat jij weet wat de ander nodig heeft, of vindt wat die ander zou ‘moeten’ willen. Maar benieuwd zijn en vragen: wat helpt jou? Ik denk dat ik je hier een plezier mee doe, klopt dat ook?

Dat is echte aandacht geven, vanuit betrokkenheid de tijd nemen om stil te staan bij de behoefte iemand anders. En je eigen behoefte even loslaten, bijvoorbeeld: ik wil je troosten, ik wil voor je zorgen. Daar is niets fout aan, maar is dat wat de ander nodig heeft?

Passende zorg vraagt een bepaalde gevoeligheid, het vermogen signalen op te merken, nuances te zien, stiltes aanvoelen. Het vraagt ook bescheidenheid — de bereidheid om niet jezelf centraal te zetten maar de behoefte van de ander. Dat betekent soms zelfverloochening, een begrip dat we niet vaak meer horen. Zelf even een stapje achteruit zetten, ruimte maken voor de ander. Jouw eigen belang even parkeren. Niet voor altijd, maar voor nu, even.

Want passend maken is ook: jouw belang telt even zwaar als dat van de ander. Je hoeft dat niet ondergeschikt te maken omdat de ander belangrijker is dan jij. Maar soms is dat wel even nodig. Dan houd je bewust en vrijwillig meer rekening met zijn of haar behoefte, belangen, rechten. Omdat je dat wilt. Niet omdat het moet.

Opmerkelijk genoeg werkt deze houding door. Mensen die zich gezien en gesteund [erkend!] voelen, worden zelf vaker zorgzamer, zachter en toegankelijker. Zo ontstaat een positieve cirkel: passend geven nodigt uit tot passend ontvangen, wat weer leidt tot wederkerigheid en vertrouwen.

Nemen: de vaak vergeten helft van vertrouwen

Nemen is minstens zo belangrijk als geven, maar vaak moeilijker. Nemen is een vorm van ontvankelijkheid. Het is in feite een teken van vertrouwen: je laat de ander toe in jouw kwetsbaarheid. Veel mensen vinden het lastig om hulp te vragen, grenzen aan te geven of steun te ontvangen. Het kan lastig zijn en kwetsbaar voelen om toe te geven dat jij het niet alleen of zelf kunt, om op zijn tijd nee (of juist: ja) te zeggen, om steun aan te nemen in plaats van te geven.

Nemen betekent dat je in jezelf ruimte maakt voor wat de ander wil jou wil geven. Wanneer iemand steun krijgt ondersteund dat ook de relatie: de ander mag een betekenisvolle rol spelen. Zo krijg je verbinding met elkaar, veiligheid, en dat betekent: betrouwbaarheid. Wederkerige zorg is ook duurzame zorg, in een ritme waarin beide kanten geven én ontvangen. Dat kost tijd, en het moet steeds herhaald worden.

Grenzen: het anker onder vertrouwen

Passende zorg kan alleen ontstaan wanneer grenzen helder zijn. Vertrouwen ontstaat niet door altijd maar alles te accepteren of door jezelf weg te cijferen. Integendeel: mensen vertrouwen eerder degene die duidelijk is over wat wel en niet kan, die eerlijk communiceert, en die zichzelf niet overschreeuwt. Grenzen beschermen de kwaliteit van geven. Ze voorkomen dat zorg eenzijdig wordt, dat aandacht verandert in plicht, of dat zachtheid wordt misbruikt. Juist door grenzen te respecteren ervaart de ander dat je betrouwbaar bent: consistent, voorspelbaar, integer.

Ritme en herhaling: de kracht van kleine daden

Zo ontstaat vertrouwen over een langere termijn, in de opeenstapeling van kleine momenten van aandacht en zorg: een vriendelijk bericht op een lastige dag, een vraag die laat merken dat de ander je niet vergeten is, een uitnodiging tot gesprek zonder druk, een oprechte sorry als iets misging.

In het ritme van herhaling zijn het die momenten van afgestemde zorg die een veilig fundament leggen. Als mensen ervaren dat jij consequent bent in je aandacht — niet perfect, maar wel eerlijk — groeit vertrouwen bijna vanzelf.

Samen bouwen aan betekenisvolle relaties

Vertrouwen is dus geen mysterieus ingrediënt dat uit de lucht komt vallen. Het is een relationeel proces waarin geven en ontvangen hand in hand gaan.

Passende zorg, aandachtige aanwezigheid en respect voor grenzen zijn de ‘anatomie’ voor blijvende verbinding. Zo kan een relatie ontstaan waarin je openheid aandurft, want kwetsbaarheid tonen voelt dan veilig en in de interactie bestaat wederkerigheid.

En misschien is dát wel de essentie van vertrouwen: het gevoel dat je niet alleen bent. Dat je mag geven vanuit vrijheid, en mag ontvangen zonder schaamte. Dat er een mens tegenover je staat die jou ziet — en die jij kunt zien. Dat is toch bijzonder waardevol en kostbaar? Denk eens na over deze vragen, en neem contact op als ze iets in jou raken waar je mee aan de slag wilt, welkom!

  • Aan welke concrete signalen merk je dat je iemand kunt vertrouwen?
  • Welke momenten uit het verleden maken dat je voorzichtig bent geworden?

  • Welk stukje van jouw verhaal wil gehoord worden om te begrijpen waarom betrouwbaarheid voor jou zo belangrijk is?

Lees meer
nl_NLDutch