Waarom moest ik Uw stem verstaan? Waarom, Heer moet ik tot U gaan zo ongewende paden? Waarom bracht U die onrust mij in ‘t bloed – is dát genade?
U maakt mij steeds meer vreemdeling. Ontvreemdt U mij dan ding voor ding, al ‘t oude en vertrouwde? O blinde schrik, – mijn God, Mag ik niet eens mijzèlf behouden?
Want ik zie voor mij kruis na kruis mijn weg langs En geen enkel huis waar ik nog rust zou vinden. Kom ik zo echt bij U terecht, Bèn ik wel Uw beminde?
Spreekt U dan in mijn hart en zeg, dat het zo goed is, dat die weg ook door Uw Zoon gegaan is, En dat uw land naar alle kant Niet ver bij mij vandaan is.
Soms heb je contact met iemand – je partner, een vriend, een familielid – en voel je: het klopt niet meer tussen ons. Je merkt het vaak in kleine dingen
Hij zegt het terwijl hij naar buiten kijkt. Niet boos. Eerder moe. Teleurgesteld. Alsof hij het al te vaak gedacht heeft om het nog hard te laten klinken.