Dit is waarom mensen liegen

Dit is waarom mensen soms liegen

In de contextuele benadering letten we er niet alleen op óf iemand liegt, maar vooral waaróm iemand liegt. 

We kijken naar relaties, loyaliteiten en levensgeschiedenis. Liegen wordt ook niet in eerste instantie gezien als slecht gedrag, maar als een relationele strategie: een poging om schade te voorkomen, verbondenheid te behouden of hevige spanning te reguleren. Veel leugens ontstaan niet uit kwade wil, maar uit angst. Angst om iemand te verliezen, iemand te kwetsen, of angst om zelf afgewezen te worden.

Vaak ontstaat een leugen-strategie door vroege ervaringen. Wie als kind leerde dat iets eerlijk zeggen leidt tot straf, dat je wordt afgewezen of emotioneel in de kou komt te staan, ontwikkelt soms een beschermingsmechanisme: zwijgen, verdraaien of aanpassen van de waarheid. In die zin is liegen soms een vorm van overleven in een omgeving waarin eerlijkheid niet erg veilig voelde. Dan is aanpassen, zwijgen of verdraaien van de waarheid een manier om verbonden te blijven. Liegen is dan geen teken van gebrek aan geweten, maar van een sterk ontwikkeld relationeel kompas dat gericht is op behoud van relaties, maar wel ten koste van zichzelf.

Liegen kan dus nogal wat kosten. In relaties ondermijnt het vertrouwen, ook al was de intentie misschien goedbedoeld, vanuit een bepaalde zorg. Door te liegen ontstaat er een dis- balans in de relatie: door tegen iemand te liegen ontstaat er een ‘vals’ beeld van de ander en van de relatie. Je ontmoet elkaar niet echt en oprecht, maar met een masker op. Zo kan een leugen, hoe begrijpelijk ook, uiteindelijk de verbinding verarmen, het wantrouwen vergroten en de betrouwbaarheid verminderen.

Vanuit geloofsperspectief krijgt dit nog een diepere laag. In de Bijbel is waarheid niet alleen een moreel principe, maar een relationeel begrip. Waarheid heeft te maken met leven in het licht, voor God en voor elkaar. “De waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32) wijst niet op hardheid, maar op bevrijding. Eerlijkheid schept ruimte voor genade, herstel en vergeving.

Tegelijk laat de Bijbel ook zien dat God de gebrokenheid [zoals liegen als zelfbescherming] van mensen kent. Adam en Eva verbergen zich; Petrus liegt uit angst; David bedekt zijn schuld. God ontkent het liegen niet, maar zoekt steeds opnieuw de mens op met de vraag: Waar ben je? Dat is geen beschuldigende vraag, maar een uitnodiging tot waarheid in relatie.

Eerlijk leven vraagt daarom niet alleen moed, maar ook veiligheid. Overal waar mensen zich gezien, gehoord en geliefd weten, door God en door nabije of belangrijke medemensen, wordt eerlijkheid mogelijk. Waar waarheid wordt ontvangen met zorg in plaats van veroordeling, verliest de leugen zijn functie. Vanuit een contextueel en vaak ook levensbeschouwelijk perspectief is waarheid geen doel op zichzelf, maar een middel tot verbinding en herstel. Wie ervaart dat zijn/haar verhaal ontvangen wordt zonder veroordeling, voelt ruimte om oude beschermingsmechanismen los te laten. Eerlijkheid vraagt immers veiligheid, relationele veiligheid waarin ook moeilijke of beschamende waarheden gedragen kunnen worden.

Misschien is de meest helpende vraag daarom niet: Waarom lieg jij? maar:
Welke waarheid was te kwetsbaar om te zeggen?
En: Wat zou jou geholpen hebben om eerlijk te kunnen zijn?

Eerlijkheid groeit waar genade en verantwoordelijkheid elkaar ontmoeten.

Reflectieve vragen om eens over te peinzen

  1. Kun je een situatie herinneren waarin je niet helemaal eerlijk was? Welke angst of loyaliteit speelde daarin mee?
  2. Wat helpt jou, in relaties of in geloof, om waarheid te durven spreken zonder jezelf of de ander te verliezen?

Reageer als je hier iets over kwijt wilt, of neem contact op voor een gesprek. Je bent van harte welkom!

Lees meer

Hoe zie jij jezelf?

 

In een contextuele hulppraktijk wordt deze vraag nog iets breder getrokken. Zelfbeeld bestaat en ontstaat in relaties. Wie wij zijn, wordt mede gevormd door wat wij ontvangen en geven in onze levensgeschiedenis: erkenning, zorg, rechtvaardigheid, maar ook spelen een rol tekort, onrecht en afwijzing.

Contextuele therapie benadrukt dat zelfbeeld (of: eigenwaarde) geworteld is in relationele betrouwbaarheid. Wanneer een kind gezien wordt, wanneer inzet wordt erkend en grenzen rechtvaardig zijn, groeit een innerlijk gevoel van bestaansrecht, dat je van betekenis bent. Omgekeerd kan een gebrek aan erkenning leiden tot een broos of vertekend zelfbeeld: jezelf klein maken , een gevoel van “ik ben niets waard”. Soms ook jezelf overeind houden door veel belang aan prestaties en controle te hechten: “ik moet bewijzen dat ik meetel”.

Vanuit deze visie is zelfbeeld dus geen puur intern probleem, maar een relationele erfenis. Mensen dragen vaak een onzichtbare boekhouding met zich mee: wat heb ik gekregen, wat moest ik geven, wat bleef uit? Deze balans beïnvloedt hoe iemand zichzelf ziet en hoe vrij hij of zij zich voelt om relaties aan te gaan.

Maar er is meer, een nog diepere laag in ons gevoel van eigenwaarde. Daarvoor kijken we naar Gods visie op mensen. In de Bijbel leert Hij ons dat onze identiteit niet als iets wat wij verwerven, maar als iets wat ons geschonken wordt. Door Hem. “U bent kostbaar in mijn ogen” (Jesaja 43) en “wie in Christus is, is een nieuwe schepping” (2 Kor. 5:17). Identiteit in Christus betekent: mijn waarde ligt niet uiteindelijk in mijn prestaties, in mijn falen of de oordelen van anderen, maar in Gods genadige toewending, Hij komt naar mij toe, uit liefde.

Dat betekent niet dat onze relationele geschiedenis ineens verdwijnt. Wonden in onze ziel, schaamte en schuld blijven reëel. Maar in geloof geldt een ander referentiepunt. Waar contextueel gezien erkenning vaak wordt gezocht in wederkerigheid, opent het evangelie de mogelijkheid van ontvangen zonder verdienste. Genade doorbreekt de kramp van moeten bewijzen en maakt ruimte voor herstel van relaties – met God, met anderen en met jezelf.

In die zin werkt identiteit in Christus ook helend in contextuele zin. Wie zich gedragen weet door Gods trouw, kan eerlijker kijken naar wat hij of zij gemist heeft, zonder daarin te blijven steken. Het geeft ruimte om grenzen te stellen, en toch verbonden te blijven. Om verantwoordelijkheid te nemen vanuit vrijheid en tegelijk rekening te houden met de belangen van de ander. En dat te doen zonder je eigen belangen te verwaarlozen.

Je zelfbeeld is dan niet langer zo kwetsbaar dat het steeds bevestigd moet worden, maar een stevig fundament. Op die manier kun je in je relaties in gezin, familie en  generaties dankbaar zijn voor wat ontvangen is, maar ook rouwen om wat ontbrak. Je voelt je vrij  om te geven wat passend is. Zo raken contextuele inzichten en geloofsprincipes elkaar. Je ontdekt dat een gezond zelfbeeld groeit overal waar waarheid, genade en relationele trouw samenkomen.

Reflectievragen

  1. Welke ervaringen in jouw levensgeschiedenis hebben jouw zelfbeeld versterkt, en welke hebben het ondermijnd? Waar merk je dat vandaag nog aan?
  2. Wat zou het concreet voor jou betekenen om je eigenwaarde niet primair te baseren op wat je doet of ontvangt, maar op je identiteit in Christus?
Lees meer

Hoe weet je of je iemand kunt vertrouwen?

Vertrouwen is afstemmen

Vertrouwen ontstaat in kleine, bijna onopvallende interacties waarin we elkaar zien, erkennen en serieus nemen. Opvallend vaak ligt de basis van vertrouwen niet in grote gebaren, maar in het geven én ontvangen van passende zorg en aandacht. Nu blijkt dat laatste, passende zorg en aandacht best lastig. Wat wordt ermee bedoeld?

Met passend bedoelen we: niet teveel en niet te weinig. Teveel zorg bieden, kan dat dan? Te weinig, ja dat herkennen we wel. Wie zich tekort gedaan voelt heeft meestal weinig zorg en aandacht gekregen, die voelt teleurstelling.. Maar teveel zorgen, kan dat ook? Probeer je eens voor de geest te halen wanneer jij je betutteld of verstikt voelde door de ‘overdreven’ (maar wel goedbedoelde) zorg van iemand anders? Dat dus…

Wanneer zorg niet aansluit bij de behoefte van de ander, voelt die eigenlijk meer als ruis dan als liefdevolle of echte aandacht voor jou. De kunst van vertrouwen opbouwen begint daarom bij afstemmen: wat heeft de ander echt nodig, en wat kan en wil ik op een passende manier geven?

De kern: zien en gezien worden

Vertrouwen groeit wanneer je echt merkt dat jij ertoe doet. Hoe ontstaat dat? Wanneer je merkt dat iemand echt luistert Wanner er niet alleen op jouw woorden gereageerd maar ook de bedoeling daar achter opgemerkt. En andersom ook, jij de aandacht die wordt gegeven ook  binnen laat komen. Er ontstaat tussen jou en de ander een bepaalde ruimte voor openheid en jezelf laten kennen. Je geeft iets moois met aandacht. En je ontvangt ook iets: gezien worden. Proef je al iets van wat er gebeurt tussen jou en de ander? Je wordt gezien. “Ik mag er zijn. Jij bent er voor mij.” Dat moment van erkenning is een bouwsteen van vertrouwen en wederkerigheid: je draagt allebei bij aan jullie contact.

Geven: zorg bieden die klopt

Als we aandacht en zorg geven ligt er soms een valkuil op de loer: Soms geven we bij voorkeur dat wat we zelf denken dat die ander nodig heeft. Met de beste bedoelingen, maar dan slaan we dus de plank mis. Er ontstaat pas contact als we afgestemd zijn op de ander. Soms heeft iemand eerder praktische steun nodig, soms liever emotionele nabijheid, en soms simpelweg rust of ruimte. Geven is dus niet: invullen voor de ander vanuit wat voor jou werkt, er van uitgaan dat jij weet wat de ander nodig heeft, of vindt wat die ander zou ‘moeten’ willen. Maar benieuwd zijn en vragen: wat helpt jou? Ik denk dat ik je hier een plezier mee doe, klopt dat ook?

Dat is echte aandacht geven, vanuit betrokkenheid de tijd nemen om stil te staan bij de behoefte iemand anders. En je eigen behoefte even loslaten, bijvoorbeeld: ik wil je troosten, ik wil voor je zorgen. Daar is niets fout aan, maar is dat wat de ander nodig heeft?

Passende zorg vraagt een bepaalde gevoeligheid, het vermogen signalen op te merken, nuances te zien, stiltes aanvoelen. Het vraagt ook bescheidenheid — de bereidheid om niet jezelf centraal te zetten maar de behoefte van de ander. Dat betekent soms zelfverloochening, een begrip dat we niet vaak meer horen. Zelf even een stapje achteruit zetten, ruimte maken voor de ander. Jouw eigen belang even parkeren. Niet voor altijd, maar voor nu, even.

Want passend maken is ook: jouw belang telt even zwaar als dat van de ander. Je hoeft dat niet ondergeschikt te maken omdat de ander belangrijker is dan jij. Maar soms is dat wel even nodig. Dan houd je bewust en vrijwillig meer rekening met zijn of haar behoefte, belangen, rechten. Omdat je dat wilt. Niet omdat het moet.

Opmerkelijk genoeg werkt deze houding door. Mensen die zich gezien en gesteund [erkend!] voelen, worden zelf vaker zorgzamer, zachter en toegankelijker. Zo ontstaat een positieve cirkel: passend geven nodigt uit tot passend ontvangen, wat weer leidt tot wederkerigheid en vertrouwen.

Nemen: de vaak vergeten helft van vertrouwen

Nemen is minstens zo belangrijk als geven, maar vaak moeilijker. Nemen is een vorm van ontvankelijkheid. Het is in feite een teken van vertrouwen: je laat de ander toe in jouw kwetsbaarheid. Veel mensen vinden het lastig om hulp te vragen, grenzen aan te geven of steun te ontvangen. Het kan lastig zijn en kwetsbaar voelen om toe te geven dat jij het niet alleen of zelf kunt, om op zijn tijd nee (of juist: ja) te zeggen, om steun aan te nemen in plaats van te geven.

Nemen betekent dat je in jezelf ruimte maakt voor wat de ander wil jou wil geven. Wanneer iemand steun krijgt ondersteund dat ook de relatie: de ander mag een betekenisvolle rol spelen. Zo krijg je verbinding met elkaar, veiligheid, en dat betekent: betrouwbaarheid. Wederkerige zorg is ook duurzame zorg, in een ritme waarin beide kanten geven én ontvangen. Dat kost tijd, en het moet steeds herhaald worden.

Grenzen: het anker onder vertrouwen

Passende zorg kan alleen ontstaan wanneer grenzen helder zijn. Vertrouwen ontstaat niet door altijd maar alles te accepteren of door jezelf weg te cijferen. Integendeel: mensen vertrouwen eerder degene die duidelijk is over wat wel en niet kan, die eerlijk communiceert, en die zichzelf niet overschreeuwt. Grenzen beschermen de kwaliteit van geven. Ze voorkomen dat zorg eenzijdig wordt, dat aandacht verandert in plicht, of dat zachtheid wordt misbruikt. Juist door grenzen te respecteren ervaart de ander dat je betrouwbaar bent: consistent, voorspelbaar, integer.

Ritme en herhaling: de kracht van kleine daden

Zo ontstaat vertrouwen over een langere termijn, in de opeenstapeling van kleine momenten van aandacht en zorg: een vriendelijk bericht op een lastige dag, een vraag die laat merken dat de ander je niet vergeten is, een uitnodiging tot gesprek zonder druk, een oprechte sorry als iets misging.

In het ritme van herhaling zijn het die momenten van afgestemde zorg die een veilig fundament leggen. Als mensen ervaren dat jij consequent bent in je aandacht — niet perfect, maar wel eerlijk — groeit vertrouwen bijna vanzelf.

Samen bouwen aan betekenisvolle relaties

Vertrouwen is dus geen mysterieus ingrediënt dat uit de lucht komt vallen. Het is een relationeel proces waarin geven en ontvangen hand in hand gaan.

Passende zorg, aandachtige aanwezigheid en respect voor grenzen zijn de ‘anatomie’ voor blijvende verbinding. Zo kan een relatie ontstaan waarin je openheid aandurft, want kwetsbaarheid tonen voelt dan veilig en in de interactie bestaat wederkerigheid.

En misschien is dát wel de essentie van vertrouwen: het gevoel dat je niet alleen bent. Dat je mag geven vanuit vrijheid, en mag ontvangen zonder schaamte. Dat er een mens tegenover je staat die jou ziet — en die jij kunt zien. Dat is toch bijzonder waardevol en kostbaar? Denk eens na over deze vragen, en neem contact op als ze iets in jou raken waar je mee aan de slag wilt, welkom!

  • Aan welke concrete signalen merk je dat je iemand kunt vertrouwen?
  • Welke momenten uit het verleden maken dat je voorzichtig bent geworden?

  • Welk stukje van jouw verhaal wil gehoord worden om te begrijpen waarom betrouwbaarheid voor jou zo belangrijk is?

Lees meer

Kerstdrama of familiefeest?

Voor mij is dat het beeld van het gezinsdiner op Eerste Kerstdag, met gebraden kip en een glaasje cider, ja ook voor de kinderen. De kerstboom vol kerstversieringen, elk jaar dezelfde en vooral het engelenhaar rondom de klokvormige lampjes vond ik prachtig!

De familie bij elkaar, de geborgenheid van de warme kamer met een gashaardje op volle toeren, de veilige warmte om ons heen, ze maken Kerst tot dat herinneringenfeest. Een Geboortefeest dat ons verbind met ‘geborgen zijn’. Het feest van de geboorte van de Zoon van God, Jezus. God Die zelf nooit geboren is maar er altijd al was en er altijd zal zijn…

Ps 90: 2 zegt: Nog voor de bergen geboren waren, voor u aarde en land gebaard had- bent U o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid…..

Dat roept de gedachte op waar wij als schepsel dan ‘staan’. God had ons niet nodig om te ‘Zijn’, maar zonder Hem zouden wij helemaal nooit geweest ‘zijn’. Als mensen hebben  we elkaar ook nodig. Mensen kunnen niet zonder mensen. En al helemaal niet zonder God, die de adem in ons blies en ons zo tot (aan)zijn riep.

Behalve God, hebben we ook mensen nodig om geboren te worden, om ons te ontwikkelen van een hulpeloze baby tot een verantwoordelijke volwassen persoon. Het worden en zijn vindt plaats door en binnen relaties. Dat geeft geborgenheid, in plaats van verlatenheid en eenzaam bestaan. Dat gaat niet….we hebben anderen nodig, en anderen hebben jou en mij nodig.

Zo zijn we gemaakt door onze Schepper.  Omdat Hij ons wilde, God wilde jou en mij, we zijn er niet toevallig….

Tegelijk is ook waar dat we als mens toch veel tekorten ervaren, teleurstellingen, verlatenheid en eenzaamheid, on-verbondenheid. Dat we ons zo ontzettend eenzaam kunnen voelen, zelfs al zijn we soms wel samen…we kunnen elkaar maken maar ook breken.

Kerst kan zeker het Feest zijn van samen en geborgenheid, een waar Feest. Helaas kan het ook een Drama worden! Het is niet zomaar vanzelfsprekend dat het Feest is, dat er warmte, liefde, sfeer en vrolijkheid is, zo samen aan de dis. Simon Carmiggelt noemde dat ooit ‘Kerstkribbigheid’.

Else-Marie van den Eerenbeemt, Contextueel therapeut, wijst er op dat het al mis kan gaan bij de samenstelling van het gezelschap.

Wie is er niet, wie wordt gemist? Wordt daar over gesproken? Wie is niet welkom, en wie wil zich niet (meer) laten zien? Meestal is er ooit iets voorgevallen, want mensen willen er juist wel graag bij horen, mee doen. Als zichzelf. Willen in zichzelf van betekenis zijn en er toe doen, door er te zijn en te worden gezien.

Vanuit onze herinnering kan gezelligheid-net- als- vroeger bij Kerst de verwachtingen hoog opschroeven. We verlangen dan om dat ‘gezellig en geborgen net als vroeger’ gevoel weer even te beleven en bijtanken.

Bij ‘vroeger samen thuis’  hoort ook dat we (hoe volwassen ook) onze oude kind rollen in het gezin terug oppakken: zus die alles bedisselt, broer die ‘lollige’ opmerkingen maakt, vader die zwijgt en moeder die iets teveel drinkt…de oude koeien komen als vanzelf uit de sloot. En ze raken aan oude pijn en verdriet, miskenning of noem maar op. Door de combinatie alcohol en oud zeer kan zomaar de deur van iemands hart ontsloten worden en oude rekeningen vereffend. Miskende pijn moet worden genoemd en erkend, terecht. Alleen beter niet in de kerstsamenkomst van de familie, vrede op aarde zal ver te zoeken zijn maar de after-party kater niet, die springt snorrend op je schoot!

Hoe kun je dit allemaal voorkomen?

Om te beginnen door open te zijn over wie ontbreken, om welke reden dan ook. Dat kan gevoelig of zelfs pijnlijk zijn. Maar toch: breng samen een toost uit op die ene, deel een leuk verhaal. Want wie er niet is, is er in IEDER geval bij. Door ze te benoemen haal je de spanning er af.

Verwacht je dat er tijdens het kerstvieren toch een oude rekening op tafel komt? Probeer dan enige tijd van te voren een ontmoeting (eventueel alleen met desbetreffende persoon(en) apart) te hebben. Ga samen praten en wees benieuwd naar elkaar: wat zit er dwars? Geef je familie een feest waar de sfeer van kerst niet wordt beladen. Want je gelijk halen in de familie is niet zo eenvoudig, relaties en generaties kunnen ingewikkeld zijn….Maar in de familie wil iedereen het ook gewoon goed hebben met elkaar, het is dus echt een poging waard!

‘Gezellig net als vroeger’ is dus meer een mooie herinnering om te koesteren, dan dat het realistisch is om op te hopen. Wat wel heel zinvol kan zijn is die oude vertrouwde kersttradities wat te wijzigen, aan te passen naar een variant die jullie nu samen bedenken: een spel, verhalen vertellen, een wandeling, een andere vorm van samen eten, de taken voor de maaltijd verdelen.

Het belangrijkste is misschien wel: DOE IETS, doorbreek de traditie van drama, maak nieuwe herinneringen waardoor wellicht ‘oud zeer’ toch naar de achtergrond verschuift.

Tot slot: Kerst is in zichzelf wel een groot feest, geen drama! We staan stil bij de geboorte van Gods Zoon. Hij die aan Zichzelf volkomen genoeg heeft zoekt ons weloverwogen op om bij ons te zijn. Mensen met tekorten, verdriet, beperkt in vermogens en klein in geloof. De geboorte van dit Kerstkind was destijds intens groots, en wezenlijk belangrijk Wereldnieuws, de engelen en de herders zongen gloria in excelcis Deo! Want door Zijn komst hoeft niemand ooit nog alleen en verlaten te zijn. Daar bij stil staan aan de kersttafel en in dankbaarheid genieten van deze Gift en de gave van elkaar, biologische familie, menselijke familie, kerkfamilie, het doet er niet toe: door Jezus worden we verbonden en zijn we verbonden. Voor nu en altijd!

Daar kun je samen mee aan tafel, en kan er in je familie ook iets nieuws geboren worden.

Lees meer

Bidden voor genezing

Toen Jezus op aarde was genas Hij enorm veel zieken. Mensen genezen van hun ziekten in de kracht van Gods Geest was een belangrijk werk van Jezus op aarde EN het is een belangrijke taak voor de kerk, die het Lichaam van Christus op aarde is. Dat betekent dat het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus niet alleen de basis is voor vergeving van zonden, verzoening met God en verlossing uit de macht van de boze. Ook lichamelijke genezing van zieken hoort bij het heel makende werk van Jezus. En voor de kerk door met zieken te bidden voor genezing. Dit blijkt onder meer uit het volgende Bijbelgedeelte:

“… Met een enkel woord dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij. Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’ ” (Matteüs 8:16-17, NBV2

Maar toch: lichamelijke genezing is niet het belangrijkste.

Heel veel gelovigen bidden om genezing, voor zichzelf of voor anderen. En ze doen dat niet zomaar, ze doen dat omdat ze weten van en geloven in de Bijbelse beloften die God daarvoor geeft. In vertrouwen en hoop op God de Vader, die betrouwbaar is. En toch worden er naar verhouding maar weinig mensen genezen door een specifiek gebed om genezing. Er zijn vele speciale Gebedssamenkomsten om eendrachtig te bidden en handen op te leggen bij zieken. Maar ook daar worden lang niet alle zieken genezen. Sterker nog: de meeste zieken gaan ook weer ziek naar huis.

Als we hier bij stilstaan is het belangrijk om te beseffen dat het Koninkrijk van de hemel in de eerste plaats een geestelijk koninkrijk is. Jezus verkondigde de komst van dit Koninkrijk niet als een bepaald gebied met landsgrenzen en een nieuwe Koning, maar als een dynamische geestelijke heerschappij van God over hemel en aarde, door Jezus bewerkt. Dit is wat Hij hierover zegt in de synagoge, voorlezend uit de boekrollen: de geest van God is op Mij, omdat Hij mij gezalfd heeft om aan armen goed nieuws te verkondigen. Hij heeft mij gezonden om vrijheid te verkondigen aan gevangenen, en herstel van het gezichtsvermogen aan blinden, om de onderdrukten te bevrijden, om het jaar van Gods gunst uit te roepen.(….) Vandaag is deze Schrift voor uw oren vervuld! (Luc 4:17-20) Het is een Rijk van geestelijke beloften en zegeningen!

Maar God belooft tegelijk ook voldoende materiële zegeningen voor het hier en nu. Dat wil zeggen: voldoende binnen de bedoelingen die God met ieder van ons heeft. Maar dat ‘voldoende’ van God kan iets anders zijn dan wat jij en ik voldoende vinden. En dat is soms moeilijk te aanvaarden!

Wil God ziekte gebruiken als leerproces?

Heeft ziekte zin, een doel, is het Gods wil? ? Ik ben er persoonlijk in ieder geval van overtuigd dat ziekte God niet overvalt, alsof Hij er toevallig mee geconfronteerd wordt en er dan toch nog iets goeds van kan maken. Psalm 139 beschrijft in vs 16: Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in Uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet een. God weet heeft van ons bestaan, en dat Hij elke dag van ons, van mijn, leven kent. Dan kan het niet zo zijn dat Hij déze ene ‘dag’ van ziekte niet ook kent, deze gebeurtenis in het leven niet voorzag. Hij wist er al van voor dat ik bestond! Ziekte is Zijn plan met mij, met mijn huwelijk mijn gezin en mijn taak in deze gebroken wereld…..De Almachtige God regeert, wat mij en jou overkomt loopt Hem niet uit de Hand. Ik noem drie Bijbelgedeelten die dit onderschrijven, naast Ps 139;16:

Deut 32;39 Zie het toch in, Ik ben de enige, naast Mij is er geen andere god. Ik laat sterven, Ik geef leven. Ik sla wonden en Ik genees. Wanneer Ik mijn macht laat gelden, is er niemand die kan redden. Ex 4;11 (..) Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof? Ziende of blind? Wie anders dan Ik, de Heer? Deut 7;15 De Heer zal u vrijwaren van elke ziekte, Hij zal u alle kwalen die u zich uit Egypte herinnert besparen en ze voor uw vijanden bestemmen.

Maar……dat sluit goddelijke genezing niet uit. Veel mensen (waaronder ikzelf) kunnen ervan getuigen dat zij God juist beter hebben leren kennen in een periode van ziekte. Ze ervaren soms op een bijzondere manier door Hem gezegend te zijn en leerden nieuwe dingen van Hem. Juist in het bidden voor genezing.

Als iemand in staat is zijn ziekte te aanvaarden en ondanks zijn ziekte Gods vrede en blijdschap in zijn hart ervaren, dan levert dit geestelijke rijkdom op en geloofsontwikkeling. Bovendien kan dat weer een positief effect hebben op het herstel van het lichaam. Elke arts zal dat beamen. “Op zijn ziekbed zal de HEER hem tot steun zijn. ‘Hoe lang hij ook ziek ligt, u keert zijn lot ten goede.’ ” (Psalm 41:3, NBV21)

Nu betekent dit alles weer niet dat ziekte op zichzelf een zegen is, een geschenk van God dat we moeten koesteren. Ziekte is een gevolg van een gebroken schepping, van ons eigen gebroken leven vanwege zonden van anderen of van onszelf. Maar God wil Zijn zieke kind graag naast zijn ziekte een zegen geven die de moeite van de ziekte ver overstijgt. En dάt is overvloedige genade. Zo  ben je als zieke rijker gezegend dan veel gezonde mensen. God wil je het beste geven en soms is dat iets anders dan lichamelijke genezing!

Zijn er blokkades voor goddelijke genezing?

In de praktijk zien we dus dat bidden om genezing niet altijd gezondheid tot gevolg heeft. Dat betekent niet dat er gebrek aan geloof is bij de zieke of bij degene die voor hem of haar bidt. Het betekent wellicht wel dat er sprake kan zijn van (geestelijke) belemmeringen in de zieke die genezing tegenhouden.

Als er geen verhoring plaats lijkt te vinden wanneer we bidden om genezing is het wijs om biddend aan zelfreflectie te doen: zijn er wellicht onbeleden zonden? Kan er sprake zijn van geestelijke bindingen? Dan is het nodig om vergeving te vragen en je te bekeren. Dan is bidden voor genezing eerst bidden om bevrijding van gebondenheid. Dat neemt de belemmering weg voor het ontvangen van het allerbeste wat God je wil geven.

Wil God de zieke wel genezen?

God zal genezing schenken als….

Er geloof is tot genezing. Dan kunnen we denken aan het geloof van de zieke zelf EN aan het geloof van de mensen om de zieke heen, die voor hem bidden of hem de handen opleggen. Eenmaal genas Jezus een verlamde man op basis van het geloof van zijn vier vrienden die hem door het dak voor Jezus’ voeten lieten zakken (Marcus 2:1-12). In veel andere gevallen zei Jezus dat ze genezen werden vanwege hun geloof. Veel gelovigen worstelen met de vraag: heb ik wel genoeg geloof tot genezing? En als hun gebed om genezing niet verhoord lijkt te worden, gaan ze twijfelen aan zichzelf en kunnen ze daardoor ernstig teleurgesteld worden. Je hoeft geen volmaakt geloof te hebben voordat God je wil genezen, want Hij begrijpt heel goed dat zieken vaak door een ontmoedigend proces van vermoeidheid, pijn en frustratie gaan. Hun geloofsbeleving kan daardoor sterk verzwakt worden. Vooral dan is gelovig gebed van anderen van belang ter ondersteuning.

Er geen gebondenheden die de genezing tegenhouden. Als er gebondenheden zijn kan het zijn dat God de zieke eerst van die gebondenheden wil bevrijden. Het is begrijpelijk dat een zieke verlangt naar lichamelijke genezing. In Gods ogen kunnen bepaalde gebondenheden een veel groter probleem zijn dan de ziekte. God is een liefdevolle en wijze Vader, die alleen aan zijn kinderen wil geven wat het beste voor hen is op lange termijn.

En het belangrijkste: de genezing past binnen het plan dat God heeft met het leven van de zieke. Er is altijd het voorbehoud dat God er redenen voor kan hebben om de genezing uit te stellen, en om de genezing ineens, stapsgewijs of geleidelijk tot stand te brengen. Wel geloof ik dat God vandaag de dag veel meer mensen van hun ziekten wil genezen dan dat er nu genezen worden.

Wat als je niet geneest?

Wanneer je niet geneest, vertrouw er dan op dat God je op een andere manier overvloedig kan en wil zegenen, zodat zijn zegeningen uitstijgen boven de last van je ziekte. In dat geval ben je rijker dan een gezond mens die minder van Gods goedheid ervaart.

Er blijven grote vragen over bij dit onderwerp, die te maken met dat moeilijke vraagstuk over het lijden: waarom heeft de één voorspoed en heeft de ander een lijdensweg te gaan? Het antwoord op die vraag ligt verborgen in God die zeker weten een goede God is, Hij is wijs en rechtvaardig in Zijn omgang met mensen.

Ooit zal blijken dat God iedereen uiteindelijk recht zal doen. God wil ons vandaag de vrede en het geduld geven om daar in geloof op te wachten.

In de tussentijd is bidden nog steeds een krachtige weg tot God voor de zieke en zijn of haar omgeving. Daarom hierbij een voorbeeld van een gebed om dat te doen. En voor meer inspiratie: zie de link.

Hemelse Vader,

In Uw oneindige wijsheid leidt U ons door seizoenen van gezondheid en ziekte en leert U ons om in elke omstandigheid Uw aangezicht te zoeken. Vandaag heffen we onze (naam van de persoon) tot U op en vertrouwen we hun welzijn toe aan Uw liefdevolle handen.

Heer, we smeken U om een snel en volledig herstel. Net zoals U de stormachtige zeeën kalmeerde met een woord, bidden we dat U genezing wilt spreken in (Naam’s) lichaam. Moge Uw helende hand niet alleen herstellen wat gebroken is, maar ook (Naam) volledig vernieuwen – naar lichaam, geest en ziel.

Geef het geduld om deze beproeving te doorstaan, de kracht om deze strijd aan te gaan en het geloof om op Uw tijd te vertrouwen. Omring hen met Uw vrede die alle begrip te boven gaat en vul hun hart met hoop die niet vervaagt.

Laat in deze tijd van herstel (Naam) Uw aanwezigheid krachtiger voelen dan ooit tevoren. Moge deze ervaring hen dichter bij U brengen, pijn transformeren in lofprijzing en zwakheid in een standvastig geloof.

Door Jezus Christus, onze Heer, Amen

12 Empathische gebeden voor een zieke om snel te herstellen | Christian Pure

Lees meer

Blijven doen wat je altijd deed?

Belemmerende patronen in je familie

 Wij mensen zijn gemaakt voor relaties, zonder anderen overleven we namelijk niet. In ons wezen zit een diepe behoefte om aan anderen te geven. Wanneer we zorg en aandacht geven hebben we ook het recht om iets terug te ontvangen. Deze wetmatigheid sluit naadloos aan op hoe God de mens heeft geschapen. Hij schiep ze als Zijn beelddragers, naar Zijn beeld en gelijkenis. (Gen1:27) Gemaakt voor en door Hem, om in relatie met God, vervolgens met zichzelf en de naasten om hem heen te leven. Mensen zijn er op aangelegd om in relatie met God te bestaan (Kol 1:15-17)

In relaties gaat het om een rechtvaardige balans, de balans van geven en nemen. Dat betekent recht doen aan jezelf, de ander en de Ander. Rechtvaardigheid is Gods thema, en daarom ook dat van ons mensen.  Wanneer er recht gedaan wordt in relaties betekent dat wederzijds bouwen aan vertrouwen en betrouwbaarheid. 

Betrouwbare relaties door geven en nemen

Grondlegger van dit belangrijke inzicht is de van origine Hongaarse psycholoog Ivan Boszormenyi Nagy, die het grootste deel van zijn leven in de VS werkte.

In deze blog gaat het over betrouwbaarheid en wat de oorzaak en het gevolg is van schade aan het vermogen te kunnen vertrouwen, betrouwbaarheid te ervaren. Vertrouwen ontstaat wanneer er op langere termijn passend  en wederkerig recht gedaan wordt aan elkaars belangen. Daarmee bouw je betrouwbaarheid op. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, dat geeft al aan dat het een gevoelig en precair proces is!

In het gezin waar je geboren wordt geven ouders en nemen/ontvangen de kinderen. Ouders geven in die relatie altijd meer: ze geven jou het leven en verzorgen je met liefde (als het goed is). Jij ontvangt het leven en de verzorging, anders zou je het als afhankelijke baby en kindje niet overleven. Relationeel betekent dit dat je een soort van in het krijt staat bij je ouders ook al voelen zij die verantwoordelijkheid en plicht tot zorgen als hun belangrijkste taak. Die schuld is er en blijft. Je kunt namelijk naar je ouders toe nooit in gelijke mate terug geven. Jij kunt hun het leven niet geven!  Je zou dan kunnen denken dat dit jou op achterstand zet als het gaat om de balans. Maar dat is niet zo. Een relatie met iemand hebben, is uitwisselen, geven en nemen. En in de relatie met ouders, of eerdere generaties, is een asymmetrie: ze geven altijd meer. De jongere generatie is nu eenmaal jonger, kwetsbaarder, en afhankelijker als ze begint. Daarom heeft die er recht op te ontvangen.

Vanuit dat ontvangen van je ouders voel je onbewust en ook al heel jong de behoefte om iets terug te geven. Deze voortdurende uitwisseling houdt relaties en generaties in stand. Als de uitwisseling ophoudt is een relatie ten dode opgeschreven, kan zelfs een generatie uitsterven.

Waardevolle gift

Nu geven kinderen dus niet in gelijke mate aan ouders, maar ze geven wel! Kinderen geven namelijk vertrouwen. Vertrouwen kun je alleen geven aan iemand aan wie je loyaal bent en dat ben je als kind aan je ouders. Vertrouwen is een waardevolle gift en dat merk je pas als iemand je ‘in vertrouwen neemt’. Als kind gaf je ook door bijvoorbeeld je ouders te troosten als ze verdrietig waren. Dit troostgedrag is een natuurlijke intuïtieve reactie van kinderen. Soms vinden ouders dat niet nodig, vinden ze dat kinderen niets hoeven geven. Of ze merken het, onbewust, niet op, dat hun kinderen hen iets geven. Dat is in feite heel schadelijk voor kinderen: die hebben het recht om wel te geven. Ze leren daarmee iets belangrijks over zichzelf, namelijk dat ze iets te bieden hebben (eigenwaarde) en dat ze er toe doen. Ze leren dat de ouders betrouwbaar zijn: ze mogen iets geven en zinvol bijdragen, iets wat elk mens in zich heeft als drijfveer. Want hij wil leven!

Schuld opbouwen

Door allerlei omstandigheden in het leven kan het gebeuren dat de balans van geven en ontvangen in een gezin niet rechtvaardig is. De kinderen ontvangen niet waar ze recht op hebben in aandacht, zorg, veiligheid, verbinding. Daarmee verdwijnen die rechten echter niet!  Ze blijven en stapelen op, er ontstaat een overschot aan ‘onbetaalde’ rechten.

Dit beschadigd het vermogen om te vertrouwen, als het lang genoeg duurt, dan ook ernstig. Uiteindelijk slaat je vertrouwen dat je van nature had, (en kinderen hebben daar enorm veel van richting hun ouders!) om in wantrouwen. Niet ontvangen waar je van nature recht op hebt stapelt dus ‘recht’ op. Niet mogen bijdragen, niet mogen geven doet dat ook. Je krijgt dan niet de kans jouw ‘schuld’ recht te zetten. Ook dat geeft onrecht op de balans. Je wordt er ongelukkig van, je voelt je minderwaardig, je eigenwaarde neemt af. Want wat jij te bieden hebt doet er kennelijk niet toe!

Openstaande rekeningen

Als ouders kun je dus op twee manier de balans van geven en nemen verstoren, door te veel te nemen (je kind moet voor jouw belangen bestaan) of het kind niet toestaan te geven. In beide gevallen ontstaat er een openstaande rekening. En openstaande rekeningen hebben allemaal één belangrijke eigenschap. Ze willen vereffend worden. Gebeurd dat niet, dan ontstaat er boosheid, wrok, bitterheid, niet zelden vermomd als verdriet, depressie, burn-out.

Kinderen die niet mogen geven, of die teveel moeten ontvangen leven met een onbetaalde rekening. Hun schuld kunnen ze niet vereffenen. Ze leren daarmee dat hun ouders en de wereld niet betrouwbaar zijn: en als die het niet zijn, wie of wat is het dan nog wel in de hele wereld?

Roulerende rekening

Deze oude rekening van wantrouwen in plaats van vertrouwen neem je mee in een partnerrelatie of in de relatie met je eigen kinderen en dan herhaalt de geschiedenis zich. Het gevolg is relatieproblemen, huwelijksproblemen, verstoorde verhoudingen in gezin en familie. Wanneer dat niet aan het licht komt omdat bijvoorbeeld alleen naar de symptomen zoals depressie, burn-out, agressie etc. wordt gekeken, blijft de werkelijke oorzaak buiten beeld. Oude patronen worden herhaald en doorgegeven, de rekening blijft rouleren. Pas als oude patronen worden bijgesteld, en soms moeten ze worden doorbroken, komt er ruimte voor andere keuzes, andere manieren van naar de dingen kijken. komt er ruimte voor het Zelf, dat ook iets wil, namelijk groeien, ontwikkelen, vrij zijn en zich zo kunnen verbinden met andereen. Niet omdat dat moet, maar omdat dat mag en kan.

Het is dus belangrijk om te gaan uitzoeken welke ‘openstaande rekening’ er nog bestaat. En daar dan iets aan gaan doen. Hoe dat werkt wil ik graag met je uitzoeken!

Wil je er iets mee doen, bel of mail me dan via het contactformulier op deze link

Contact – Elpidos

Lees meer

Ga mee de Natuur in…

In de natuur wordt je hoofd helder, je zintuigen gaan aan en je ontspant, al na twintig minuten ervaar je de weldaad van de buitenlucht. En het maakt niets uit hoe het weer is: grijs , soms koud, en regenachtig, zoals deze afgelopen winter, of licht en zonnig, winderig, mistig….elk weer heeft een eigen charme. Toegegeven, je moet er soms wel even naar zoeken….

Vandaag had ik een Bijbelwandeling georganiseerd, met als thema: ga mee de natuur in om Gods stem te horen en Hem te ontmoeten in de schepping. Uiteindelijk heb ik de wandeling in mijn eentje gedaan, en wat een heerlijke ervaring  was dat! Na mijn aanvankelijke teleurstelling dat niemand zich had aangemeld besloot ik dat ik dan maar met mezelf ging wandelen. Wat ik toch al graag en vaak doe, dus niets nieuws. Ik heb het voorbereide programma gewoon gevolgd, en het is een bijzondere belevenis geworden!

Het was windstil, en ik ben niemand tegengekomen op mijn route. Best wel uniek in ons overvolle landje waar het vaak ook ‘file’ wandelen is, zeker op mooiere dagen. Na een ‘basiswandeling’, die helpt om even goed aan te komen in de Natuur na een ochtendje intensief praten, voelde ik de ontspanning over me neerdalen. Met alle zintuigen aan was er heel wat te beleven, ondanks de stilte, en het winterse landschap. Dat kan behoorlijk saai en eentonig overkomen, tenminste als je er op een holletje doorheen rent, of vooral je stappenteller bediend, op naar de 10.000…Maar zo ging het vandaag dus niet.

Nu liep ik in mijn eentje, genietend van de winterse kleuren van dorre grassen en wuivende rietpluimen, kale bomen, stromende beekjes en bemoste afgevallen takken en stronken, en in de rust. Ineens liepen er drie reeën over mijn pad, ik hoorde allerlei vogelgeluiden, en stond stil om de stilte ook te ‘horen’, binnen te laten in mijn ziel.

In die serene rust stond ik figuurlijk stil bij een paar vragen in deze wandeling: wat raakt me hier, nu? Wat spreekt me aan? Welke aspecten daarvan vallen me op? En wat ontdek ik daarmee over mijn vraag naar  ‘Gods stem in de natuur horen’? Zit er ook een antwoord op die vraag in wat ik opmerk, voor mij?

Zo peinzend en genietend wandelde ik in een traag tempo over de paden en laantjes, over bruggen en langs beekjes. In die ontspanning kon ik me openstellen en beleefde hoe God om mij heen aanwezig is in de natuur, altijd en overal. Hoe veelkleurig, creatief en divers Zijn wezen is. En hoe Hij mij wil ontmoeten en Zichzelf laat zien in de Schepping, een machtige bron van kennis voor Zijn Goddelijkheid en grootheid.

Vandaag heb ik in de Natuur Gods stem gehoord, Hem ontmoet. Ik voelde Zijn liefde die mij omringde, de geborgenheid, het ontzag en vreugde dat God dit alles gemaakt heeft en onderhoudt. Dat Hij groots en almachtig is, dat Hem de dingen niet uit de hand lopen. Ik ben er door bemoedigd en voelde me dicht bij God.

De kans om iets dergelijks ook te ervaren is er binnenkort weer, op 5 Maart 2025 kun je meedoen aan de Bijbelwandeling ‘Ga mee de natuur in’. Onder leiding ga je op pad, met gerichte vragen om over na te denken, in je eentje of in tweetallen. We wandelen, we staan stil, we genieten!

Van 10.00-12.00u,  startpunt: parkeerplaats Paviljoen De Viersprong, de Elzen Dordrecht.

Wil je mee? Meldt je aan via inf@elpidos-counseling.nl Van harte Welkom!

(Voor informatie over Bijbelwandelingen na deze datum kun je terecht op de website, kijk onder aanbod, of mail me: e-mailadres gebruiken).

Lees meer

Wat wil ik niet voelen en is dat erg?

In onze geschiedenis  ontstaat die disbalans al, in de opvoeding gecombineerd met persoonlijke aanleg en kwaliteiten. Meestal ligt er nadruk op één van de twee, de behoefte aan autonomie, of de behoefte aan verbondenheid. Twee aspecten van mens-zijn die we allemaal hebben, ook als heel jong mens.

Zo krijg je soms de boodschap als kind dat opkomen voor jezelf egoïstisch is. Of er zijn omstandigheden in jouw gezin van herkomst die je leren dat je alleen jezelf kunt vertrouwen. Dat hulpvragen zwak of gewoon niet mogelijk is.
In je opvoeding en tijdens je leven krijg je dus allerlei boodschappen van wat hoort en wat niet hoort mee. Zo ontstaan er (soms) meerdere onderwerpen, gedragingen en emoties waarvan je leert dat ze niet “horen” en niet “goed zijn”. Je kunt ze maar beter negeren, onderdrukken omdat je er pijn, verdriet, afwijzing of erger van krijgt. Dan is de keuze onbewust en snel gemaakt: dat wil ik niet voelen, dus dat moet ik niet doen!

Een voorbeeld van iemand die ik in mijn werk heb gesproken:

Ina van  begin veertig zoekt hulp bij mij omdat ze vast is gelopen in haar leven.. Ze voelt zich in haar huwelijk niet gelukkig en weet niet meer wie ze zelf is en wat ze nodig heeft, ze durft niet voor zichzelf op te komen uit angst voor commentaar op haar behoeften. Ze let vooral op de verlangens van de andere gezinsleden en heeft daar inmiddels genoeg van..  Ze is opgegroeid in een gezin met een zus en een hard werkende krachtige moeder, vader was zachtaardig en ziekelijk, veel op de achtergrond. Moeder moest de kost verdienen en leerde haar dochters zelfstandigheid, gaf ze verantwoordelijkheid voor het huishouden maar weinig positieve aandacht. Vooral Ina had hier last van, als degene met de meest praktische en ook zorgzame aanleg voelde zich niet gezien en in al haar inspanningen en werkte steeds harder.  Ze heeft zich altijd aangepast aan wat er nodig was en zag dat ook uit zichzelf vaak.. Van nature is Ina geen prater en ook in het gezin was gesprek over persoonlijke zaken niet echt aan de orde.

Ina leerde dat goed en gewaardeerd gedrag was:

  • meegaand zijn,
  • niet zeuren,
  • andermans behoeften voorop stellen,
  • het zelf oplossen

Wat niet gewaardeerd werd:

  • eigen behoeften serieus nemen,
  • nee zeggen, haar eigen wil serieus nemen,
  • grenzen stellen,
  • zich eerlijk uitspreken

Zo heeft ze over een langere periode bepaalde belangrijke gedragingen en gevoelens als protest en boosheid onderdrukt. Gedragingen, wensen en gevoelens die wel bij haar horen. Wanneer je maar lang genoeg dergelijke (terechte!) kanten van jezelf onderdrukt weet je niet meer dat je ze wel hebt.  De energie achter deze gevoelens komt er op een andere manier echter wel uit, in de vorm van een symptoom. Ina zat in een ongelukkig huwelijk waar ze geen grenzen aangaf en was hard op weg om overwerkt te raken in haar baan.

Symptomen zijn in feite al die klachten waarmee mensen hulp zoeken zoals angst, depressie, relatieproblemen, burn-out, overspannenheid, woede-uitbarstingen, etc. Het zijn eigenlijk niets anders dan de bliksemafleider van al die onderdrukte energie.

Dat wat er niet mag zijn, is er altijd, en vraagt uiteindelijk ruimte, maar krijgt het niet. Zo ontwikkelt zich dan een probleem. Een probleem dat een uitweg zoekt en dat vaak vindt in de vorm van een symptoom.

Als je maar genoeg last krijgt van dit symptoom ga je zelf (en soms je omgeving) op zoek naar hulp. Je wilt er van af, en de missie is dan: “Verlos me van dit symptoom”.

Maar als je de bron van het symptoom niet vindt, namelijk de niet toegestane gevoelens en gedragingen in jouw persoon en deze niet aanpakt, dan wordt daarmee het symptoom ook weer iets wat er niet mag zijn.  Het symptoom wordt benaderd als een vijand die beslist moet worden uitgeroeid.

Het uitgangspunt wordt dan meer symptoombestrijding in plaats van symptoomonderzoek.

Een vruchtbaardere weg is de symptomen als een hulp benaderen, een signaal dat aangeeft: er moet iets veranderen. Een signaal dat je de weg wijst naar waar het echt over gaat!

In een effectief hulptraject ga je samen met de therapeut op zoek naar antwoorden op bijvoorbeeld deze vragen:
1.       Wat zegt dit symptoom over mij ?
2.       Wat sta ik mezelf (eigenlijk) niet toe?

We maken dit zo concreet mogelijk, net zoals hierboven het lijstje dat Ina maakte. Zodat je dit letterlijk als routekaart kunt gebruiken.

Dit gaat in stapjes, die passen bij jouw tempo. Je gaat experimenteren met nieuwe gedragingen, nieuw voor jou tenminste. En dat kan spannend en eng zijn. Daarom beginnen we op kleine schaal en in een vertrouwde relatie. Voor Ina was dat tegen haar man zeggen hoe moeilijk zij het vindt om haar mening te geven of te zeggen wat haar niet bevalt. Hoe bang ze is voor zijn afwijzing. Maar juist door dat uit te durven spreken, nam ze zichzelf serieus en daarmee maakte ze contact met haar kracht. Zowel zij als haar man waren verrast van dit zichtbare effect.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met symptomen. Herken je er na dit artikel al iets van? Wat denk jij dat er bij jou niet echt (echt niet?) mag zijn?

Ik ga er graag over met je in gesprek, op zoek naar wie jij echt bent, inclusief die weggestopte aspecten van jou persoon. Je mag er zijn, helemaal zoals je bent. Ontdek de kracht van eerlijk, constructief en doelgericht mogen leven! En het effect daarvan op de balans van geven en nemen in jouw relaties, hoe jij recht kunt gaan doen aan anderen, en zij aan jou.

Mail of bel me gerust, je krijgt altijd een reactie info@elpido-counseling.nl, M 0640583879

Lees meer

Geven is beter dan ontvangen…o ja?

Doodmoe

Misschien voel je je ook nog wel schuldig, want je doet het graag en makkelijk en het kost je toch maar weinig moeite…. Je ziet het gewoon snel wanneer er aandacht of zorg nodig is en je geeft die graag! En dat is ook echt een prachtige kwaliteit van heel veel mensen! We zouden het zonder hen niet redden in onze maatschappij.

Gemeen addertje

Er zit wel en addertje onder het gras, namelijk: zelf hulp, zorg of aandacht te ontvangen, terwijl je die op jouw beurt net zo goed nodig hebt. Maar ja, daarom vragen is lastig, en zelfs als het aangeboden wordt dit aannemen valt niet mee. Dat betekent in de praktijk dat de kracht van veel kunnen geven tegelijk een valkuil heeft: niet goed kunnen ontvangen. Daar lopen mensen dan in vast, en krijgen ze last van chagrijn: waarom wil niemand iets voor mij doen? Waarom moet ik daar om vragen, terwijl ik zelf zoveel voor jou doe?

Recht doen aan de wet

Tussen mensen bestaat een onuitgesproken ‘wet’ van rechtvaardigheid, die maakt dat het ‘eerlijk voelt’ tussen jou en die ander, jij wordt dan gezien en die ander ziet jou ook! Jij geeft wat en je krijgt iets terug. Omdat je geeft heb je daar recht op want het zorgt voor  een gezonde balans tussen jullie beiden, goede verhoudingen. Wanneer de een altijd klaar staat en investeert in contact, en de ander nooit [even heel zwart wit] dan gaat dat irriteren. In vriendschappen en relaties, tussen buren en collega’s groeit er dan iets scheef, waardoor er uitputting, frustratie, boosheid en zelfs in bepaalde gevallen overspannenheid of burn-out en depressie ontstaat.

Iedereen wil geven

Mensen zijn allemaal gevers, zonder uitzondering willen mensen graag iets voor de ander doen. Dat komt omdat we relationele wezens zijn, die elkaar nodig hebben om te overleven. We zijn allemaal autonoom en tegelijkertijd verbonden , we staan op eigen benen, en we hebben elkaar tegelijkertijd nodig. Niemand kan namelijk overleven zonder anderen. Fysiek noch emotioneel zal dat lukken, en dat begint al als baby. Welke baby overleefd na de geboorte zonder zorg en aandacht voor zijn welzijn? Welke volwassene, hoe introvert ook, kan leven zonder belangrijke betrokken medemens, al is het er maar een? Wie denkt dat hij dat wel kan [hij haat mensen!] heeft echt een probleem. Daarover een andere blog….

Zelfstandig en verbonden, tegelijkertijd

Voor nu is belangrijk te beseffen: ik ben zelf een vrij persoon en ik functioneer evenwichtig als ik verbonden kan zijn met een ander vrij persoon. Wij kunnen dan wederkerig geven en ontvangen en zo in gezond evenwicht bestaan, emotioneel verbonden en tegelijk vrij, zelfstandig en verantwoordelijk voor onszelf en voor de ander, wederkerig in balans.

Dat gaat niet zonder slag of stoot, en dat merken we allemaal in ons leven. Soms geven we teveel, ‘niet passend geven’ heet dat. Soms ontvangen we teveel, dat is dan natuurlijk ‘niet passend ontvangen’. Er is een disbalans in de wederkerigheid: er wordt niet passend gegeven en ontvangen. Iemand  ontvangt daardoor teveel, en vaak gebeurt dat omdat dat ‘moet’ , de gever die teveel geeft kan er niet mee stoppen! En de ontvanger wordt gedwongen te ontvangen. En wat hij of zij wèl geeft, dat kan die gever niet ontvangen. Hij merkt het niet op, te druk met zelf alsmaar geven. Vervolgens wordt de gever wel moe, en boos. Zie bovenstaand chagrijn! Niemand wil mij iets geven!

Maar ook de teveel ontvangende mens heeft last van deze disbalans: hij staat en voelt zich schuldig, hij mag niets terug geven en de balans weer herstellen.  Daardoor voelt hij zich onbelangrijk, overbodig , slecht over zichzelf: ik stel niks voor, want die ander wil wat ik te bieden heb niet krijgen…

Wederkerig mogen geven en willen ontvangen is wederkerig recht doen: die ander heeft mij iets te bieden en ik wil dat graag ontvangen. Zo ervaar je betekenis, dat je er toe doet. Ontvangen is zelfs een vorm van geven, want stel dat jij iets wilt geven en de ander wil het niet hebben….:-(

Nuttig signaal

Deze disbalans in wederkerig geven en ontvangen levert problemen op in onderlinge verhoudingen, spanningen, boosheid, afwijzing, frustraties etc. Lastige emoties!

Disbalans kan je ervan bewust maken dat er iets niet klopt en vooral: dat er iets moet veranderen. Het kan een zinvol signaal zijn, in een overigens mooie vriendschap, liefdevolle relatie of burenverhouding. Tussen collega’s of broers en zussen.

Dit signaal serieus nemen is al een begin van herstel van de balans van geven en ontvangen. Wat kun je doen? Hier alvast twee tips:

  1. Bewustwording staat op 1. Daar begint alles mee! Merk jij iets op in de balans van geven en ontvangen tussen jou en anderen bij jou thuis, op je werk, de club of buurt? Je beseft dat er iets niet klopt, je geeft teveel of je ontvangt teveel. Of, ook mogelijk: je geeft te weinig en je laat je alles aanleunen. Je staat teveel in de ontvangstand…en daardoor in de ‘schuld’. Niet eerlijk!
  2. Durf je een beetje te experimenteren met het tegenovergestelde? In plaats van te [blijven] geven ga je een keer op je handen zitten precies als jij een onbedwingbare behoefte voelt opkomen om te geven [bijv. de afwas gaan doen als je op een verjaardag bent….] OF als je ontdekt dat je zit te wachten op iemands aandacht of zorg, dan ga jij juist zelf eens wat zorg en aandacht geven….

Zou je hier meer mee willen en uitzoeken hoe de balans van geven en ontvangen er bij jou uitziet, hoe dat zo gekomen is [er is altijd een ‘goede reden’ voor namelijk] en vooral: hoe je de balansen in jouw relaties passend kunt houden of maken? Mail of bel me dan, vrijblijvend! Je krijgt altijd een reactie, advies indien gewenst, of we gaan iets afspreken. Wie weet zit je veel dichter bij positieve verandering dan je denkt 😉

info@elpidos-counseling.nl

Lees meer

Sta op je eigen grond

Als mens jezelf  zijn en als jezelf ruimte in mogen nemen wordt in de contextuele theorie ook wel ‘op eigen grond staan’ genoemd. Sommige contextuele psychologische ervaringen laten zich goed vangen in een beeldspraak. Zie je het voor je, hoe jij op je eigen grond staat?

Als gelovige leer je in de Bijbel dat de mens die ‘zichzelf’ is allereerst een schepsel is, geschapen naar Gods Beeld en gelijkenis. Hij is Beelddrager van God: een persoon die een identiteit heeft, los van de ander, ook los van de schepping. God valt niet samen met de schepping en niet met ons, Hij heeft wel een relatie met ons, mensen. Die relatie is mogelijk juist omdat we onderscheiden personen zijn, God en wij. We hebben een wil, talenten en verantwoordelijkheden, we kunnen liefhebben en zijn ingericht op relaties. Als beelddragers hebben we een eigen zelfstandige identiteit en zijn we tegelijk verbonden met onszelf en anderen. Eerst met God onze Maker, en dan met onszelf en elkaar. We zijn zelfstandige wezens, die ook alleen in verbondenheid met elkaar zichzelf kúnnen zijn. Stel je bent alleen op de wereld zonder anderen om jezelf toe te verhouden of aan te toetsen, van hen te leren ? Wie of wat ben je dan?

Als je naar de afbeelding kijkt zie je drie paar voeten naast elkaar, elk paar heeft zijn eigen plek en afdruk, elk neemt eigen ruimte in. Wie zijn eigen ruimte in neemt weet wat bij hem hoort en wat niet. Welke behoeften en verlangens? Welke rechten? Waar begin ‘ik’ en waar eindig ‘ik’? Met andere woorden: die weet zich zelf te onderscheiden van zijn omgeving, van ‘de anderen’.

Weten wie je bent geeft vrijheid, want je weet wat bij jou hoort en wat niet, je weet onderscheid te maken tussen wat bij jou past en wat niet. Zo kun je passend rekening houden met je eigen belangen, en die van de ander, zonder schuldgevoel of angst. Dat geeft ruimte om je eigen keuzes te maken en te groeien als mens, te worden wie je werkelijk bent. Ik ben oké en jij bent oké, samen ontwikkelen we ons in een rechtvaardige wederkerige verhouding, die recht doet aan onszelf en de ander.

Welk beeld van jezelf, van mensen en van God roept dit bij je op?

Een leerzame crisis

Maar helaas leven wij niet in een volmaakte wereld. Door de zondeval werd onze verbondenheid met God verstoort, maar ook de verbinding met onszelf en elkaar. Ons besef van grenzen, gescheiden-zijn en verantwoordelijkheid [vrije wil!] is daarmee ook aangetast. Er is daardoor een conflict tussen zelfstandigheid en grenzen, een crisis. In die crisis kunnen we veel leren over het terug vinden van passende grenzen, van individualiteit.

Hoe merk je dan ‘crisis’ in je bestaan als je kijkt naar het thema: eigen grond? Denk bijvoorbeeld eens aan je grenzen. Wanneer zeg ik ja en wanneer mag ik nee zeggen? Mag dat eigenlijk wel? En van wie mag dat dan wel of niet? Deze vragen komen in je op als je er last van krijgt dat grenzen een probleem zijn [geworden]. Bijvoorbeeld als je draagkracht en draaglast niet meer in balans zijn. Je voelt je overbelast. Je wordt je ervan bewust dat er een grens is aan wat jij kunt of wilt doen.

Of je wilt graag voldoen aan de wensen of verwachtingen van anderen, omdat je er niet tegen kunt als iemand boos op je is, of teleurgesteld.  

Of er zijn bepaalde normen en waarden waarvan je vindt dat je eraan behoort te voldoen, prestaties die je moet [kunnen]  leveren, een levensstandaard waaraan je moet voldoen. En ga zo maar even door.

Van  welke grens bij jezelf wordt jij je bewust als je dit leest?

De winst van de grenzen-crisis

Je bent zo bezig met de verwachtingen van anderen, die wegen zoveel zwaarder dan die van jezelf dat je je eigen belangen niet meer kent. Jij bent je eigen grond kwijtgeraakt, en hebt geen gezonde grenzen meer. Je eigen grond en je eigen grenzen negeren is een overlevingsmechanisme. Het werkt, totdat het niet meer werkt en je er last van krijgt. Het lukt niet meer om zoveel beschikbaar te moeten zijn. Je voelt je niet vrij maar opgesloten, overbelast!

Dit gevoel van onvrijheid, overbelasting, is een signaal om serieus te nemen en je bewust te worden dat er iets moet veranderen. Dat is winst! Je kunt nu gaan ontdekken waar en hoe jij jouw eigen ruimte mag gaan innemen zonder schuldgevoel. Hoe jij recht aan jezelf kan gaan doen zonder die ander tekort te doen. Met andere woorden: hoe JIJ met beide voeten op jouw eigen grond kunt gaan staan, in alle vrijheid! Let eens op hoe je dan zult groeien en als jezelf jouw eigen plekje in de wereld gaat innemen. Zonder schuldgevoel en dichtbij jezelf en anderen. Dicht bij God.

Zo zal het beeld van God in jou ook meer en meer hersteld worden.

Hoe zou het voor je zijn om dit te ervaren? Wat zou er dan anders zijn in je leven? Waaraan zouden anderen merken dat jij meer jezelf bent?

Lees meer
nl_NLDutch